Vandaag was de Gravenbol het mooist van alle keren. Zacht, zonnig en zonder wind. ‘t Is dat Jet, Djurre en Milou ontbraken, maar verder was de setting perfect.
Boophus die als geen ander weet waar hij rotte vis moet vangen liep binnen de kortste keren grommend rond met prooi waarvan hij gretig at. De witte herders joeg hij weg, maar tegen Yoeko was hij zoals altijd aardig. Hij legde de afgekloven vis voor hem neer maar Yoeko wilde er niet van eten. Wel rolde hij zich genietend door het visvlees heen. Boophus pakte het geknakte lijk vervolgens weer op, likte het laatste vlees van de graat en legde de rest weer voor Yoeko neer. Die rolde voor de tweede keer door de rottende resten tot hij de schubben, vellen en graten in zijn wol, tot op zijn huid had zitten.
Daarna wilde niemand meer iets van Yoeko weten, vooral het baasje van Boophus niet, die vond dat mijn Yoeko ondraaglijk stonk. Buitenstaanders dachten door het gedrag van mijn vriendinnen dat hij een valse hond was die gemeden moest worden. Zijn vacht glom inderdaad van het visvet, van graten en vellen, dat zag ik wel maar je kunt ook overdrijven. Voor één keer had ik baat bij mijn allergie die mijn neus verstopt. Waarschijnlijk is de stank in mijn auto dagen niet te harden, maar ik merk er niks van. Ik was alleen maar weer verbaasd hoe tussen twee zulke verschillende honden zo’n kameraadschap kan bestaan.
Thuisgekomen viel er niks te poetsen, borstelen of soppen. Yoeko gleed ogenblikkelijk -verzaligd van de heerlijke geur die de Booph hem had gegund- in diepe slaap en was niet meer wakker te krijgen. Zijn allerheerlijkste droom is die, waarbij hij met vier poten tegen de deur aanligt. Ik heb zijn geluk maar zo gelaten. De stank zal wel slijten, of niet? Gelukkig is het kind dat zich ook eens vuil mag maken.
Ik vraag me alleen maar af hoe de Booph is thuisgekomen. Auto ondergekotst?