Onder de motorkap

Onder de motorkap van heer gemaal zat vanmorgen een lege accu. Dan besef je dat een bloedmoderne kar voor de stomste dingen stroom trekt. Portieren openen en sluiten, ramen openen en sluiten, alarm laten piepen, camera’s laten verspieden om alarm te laten piepen, bij opstarten alles checken: Seatbelts vast? Portieren gesloten? Waterpeil op orde? Olie voldoende? Handrem eraf? Starten en dan zoef zoef, blaas blaas de airco of de kachel aan.
Zo krijg ik in mijn dierbare oldtimer die nog alles met de hand doet mijn accu ook morsdood. Maar de mijne gilt tenminste als ik wil uitstappen zonder de lichten uit te doen, dat doet die supermoderne luxebak bij mijn weten dus niet… Maar dat wilde ik helemaal niet vertellen.

Ik wilde vertellen dat toen we de motorkap open hadden en de kap van de accudoos hadden afgeschroefd, het isolatiemateriaal een heel end bleek weggegeten en dat er onder de accudoos lege hazelnootdoppen lagen.
Muis, zei ik.
Marter, zag de man van de wegenwacht die aan huis te hulp kwam. Soms is het verdraaide handig om een abonnement op thuiszorg te hebben als je ver van een garage woont.

Hij gaf de accu een flinke oppepper terwijl we koffie gingen drinken en adviseerde bij het weggaan de auto nog een minuut of twintig stationair te laten draaien. Vroeger was het inderdaad nodig in een pittig tempo te gaan rondrijden om de accu bij te laden, maar nu is in stilstand laten draaien al voldoende. Alleen, voegde hij er fijntjes aan toe, vinden de buren in je straat dit meestal niet prettig.

Maar als je toch buiten woont moet je de accu – vooral op winterdag als hij veel moet presteren – regelmatig een klein half uurtje lekker laten lopen.
Ik geef het maar even door.