Hoe mooi!

Via Van Jole, deze link voor een te gekke waanzinnige caravan. Ik heb een sleurhut leuk gevonden toen ik nog jong was en de jongens klein. Nu zou ik niet meer hoeven, maar als ik deze schoonheid zie begint het te kriebelen. Ach, wat mooi en hoe praktisch!

Kap op z’n kop

Yoeko kreeg zaterdag iets tussen de tenen van zijn achterpoot waarvan hij last had. In de loop van de dagen leek de irritatie te verdwijnen. Totdat hij gisteravond als razende op zijn voetzool aanviel. Binnen een paar minuten had hij het zachte vlees tussen de kussentjes tot bloedens toe opengelikt.
We waren bij M, vriendin verpleegster, die adviseerde: dierenarts bellen en wel NU!

Of ik een kap had? Een sok? Papieren pleisters? Ouderwetse soda? Kap en sok wel. M. gaf me de rest mee. Oke, poot geweekt in soda, sok aan en kap op z’n kop. Morgen komen. Hij liet de verzorging braaf toe en lag even later met een snuit van ‘zwaar gewond’ op zijn plek. Ik ken mijn pappenheimer. Geen vechter voor zijn leven.

Diagnose: Splinter is gaan ontsteken maar de zeer pijnlijke infectie is nog niet ‘rijp’ om uit te drukken. Antibiotica haalt de zweer wel weg maar dan blijft de doorn zitten. Er zit niets anders op: Kap ophouden tot het abces is doorgebroken. Twee a driemaal daags in de soda. Hondensok aan tijdens het uitlaten.

Gelukkig had hij onthouden hoe je moet leven met zo’n loeder van een kap. Bij de dierenarts in de wachtkamer zette hij hem al vakkundig over een dwergtekkel heen waarmee hij kennis wilde maken. Hij deed het zo vriendelijk en trefzeker dat Takkie er niet eens kabaal over maakte.

Hij weet gelukkig ook nog hoe hij het gevaarte over de water- en voerbak heen moet tillen en springt in en uit de auto of hij deze klederdracht dagelijks gewend is. En o ja, terwijl hij eet houd ik zijn poot in het sodawater. Prima samenwerking, zij het allemaal tijdrovend. We hebben ook geen idee hoeveel dagen dit zal duren. Misschien versnelt het warme weer dit proces?

Paard in de gang

Ennuh…
dat ik zo blij ben dat Yoeko een kleintje is dat overal mee naartoe kan.
Toen ik vanavond zijn voer in de vakantieton deed snapte hij het ook.
Het wordt zijn derde reis naar Frankrijk en hij helpt met pakken.
Hij weet hoe hij zich netjes moet gedragen & dat hij onderweg moet plassen op bevel.
Hij vind het machtig om bij ons te slapen, wat thuis niet mag (allergie).
Hij moet ons bewaken op de camping want als het 40* wordt laten we de buitendeur wijd open.
Ammie heeft vanmiddag vanuit Frankrijk nog vlooienallergiedruppels bij Laarakker voor hem besteld.
Ik vind het super dat hij mee kan. Met een grote hond erbij zou dit niet meer kunnen.
Alles hebse voordeel, nietwaar?

Als A + Holly samen een conctie sluiten tegen dat maffe (maar in principe ook aardige) manvolk daar met engelse landjonkermanieren (een hond is een ding, behalve als het een bull is) zou me dat het liefste zijn. Wat moet ik met een paard in de gang dat niet mee naar Frankrijk kan??

Bevrijdend bericht

En toen kwam het bevrijdende bericht dat het goed met haar ging. Dat ze de brutale bul op zijn nummer had gezet door over zijn plas heen te plassen. Dat ze naar het bos was geweest en daar had genoten. Dat ze langzaam toenadering begon te zoeken door met haar neus tegen handen aan te stoten, maar dat ze Yoeko nog erg miste.
Pfoe, wat was ik blij met haar. Ze knokt!

Loslaten III

Zondagmorgen om 7.30 uur beneden. Hollebollenwandeltijd, behave dan dat er geen Hollebol meer is om uit te laten. Yoeko begroet me lusteloos. Zullen we?, vraag ik. We rijden niet met de grote laadbak naar het bos maar hij moet als vanouds op de achterbank van de oldtimer zitten.

Hij sloft door het zand. Zijn hele houding verraadt dat hij zijn maatje mist. We lopen een uur en we worden er alleen maar moe van, niet blij. Na zijn ontbijt gaat hij buiten op de stoep liggen waar hij het hek in de gaten kan houden maar ze komt niet. Hij ziet er moedeloos uit, wat niks voor hem is.

Hij leeft even op als ik hem een borstelbeurt geef waar het de afgelopen weken niet van is gekomen. Er moeten vlooiendruppels in zijn nek. Ik duw wat lekkers zijn muil in en hij leeft er even van op. De rest van de middag brengt hij weer wachtend door op de stoep.

De dag slijt en de nacht volgt. Yoeko’s kussen waar elke logé met plezier op heeft gelegen (Croc, Mary, Tinka, Boophus en Holly) heb ik gewassen. Niet om Holly’s sporen uit te wissen, maar omdat het stinkding mee moet in de auto. Yoeko moet weer alleen in de keuken slapen. Op een geurloos kussen dat in de zeepnoten is gewassen.

Vanmorgen bleek een halflange wandeling genoeg. Hollen en draven doe je niet op je eentje. Op andere honden afstuiven is alleen maar lollig als je samen bent. En vreemde roedels trotseren gaat flank-aan-flank veel veiliger.
Het missen is nog niet voorbij, ook niet bij mij.

Ik roep haar op in mijn herinnering: Hoe ze vaak op me zat te wachten met die onderzoekende blik van: “Hee oudje, kan je me wel bijhouden?”.
Hollebol, seinde ik nu naar haar over, blijf aan jezelf werken, want je mag er wezen!