Behalve dan dat ik niet weg was, maar ondergedompeld in opmaakwerk. Vandaag is het resultaat naar de drukker gegaan. Het ziet er goed uit en ik voel me opgelucht.
De witte herder is hier nog. Haar conditie is zeer verbeterd. Ik zou haar conditie de laatste dagen zelfs vitaal kunnen noemen. Voor wat hoort wat. Ze heeft mij de afgelopen weken ook gezond gehouden. Elke morgen – weer of niet – betraden wij tusssen 8 en half 9 het bos om daar een vol uur te lopen. In het pittige tempo dat ik van de loopband bij fitness had geleerd. De witte moest haar dosis beweging krijgen om goed te kunnen poepen en een wandeling op haar nuchtere maag werkte perfect.
Wandelen met de witte had iets knus. Ze draafde met Yoeko mijlen ver weg, maar kwam steeds terug kijken of ik haar als oude vrouw wel bij kon benen. Dat viel haar mee. Mij trouwens ook. Als Yoeko wat ver naar haar zin was afgedwaald belette ze mij verder te lopen. Dan kwam ze voor me staan tot mijn verdoolde wolf weer op kwam dagen. Het was me nooit eerder opgevallen hoe klein mijn Yoeko eigenlijk is. Vergeleken met de labradors is hij tenger, maar naast deze witte Hollebol is hij maar een ukkie.
Zaterdag gaat ze terug naar haar eigen huis. We hopen dat ze de goede conditie kan vasthouden. Zo niet, dan moeten we bedenken wat we verder kunnen doen. Yoeko zal haar missen want ze hebben het op een ontspannen manier reuze knus met elkaar. In het bos maken ze furore omdat hun rassen zo totaal niet passen bij elkaar. In huis verharen ze samen hele zwabbers.
