Loslaten II

Het werd moeilijker dan ik had gevreesd. We maakten er een laatste fijne dag van. Ochtendwandeling met het roedel waarbinnen ze zich zo thuis is gaan voelen. Nog een paar uur bij ons thuis op haar vertrouwde plekjes liggen, met haar kop op mijn linkervoet (Yoeko op mijn rechter), bekkie-wouwelen met Yoeko, elkaars ogen likken, rondje door de tuin draven met De Man van dit huis, met de frisbee spelen en wapperen, haar neus op het aanrecht tegen de carnibestworst aanduwen zonder eraan te likken; totdat ik de worst in stukken sneed om even op te koken. Haar laatste diner en toen de auto in. Ze herkende Austerlitz waar we nog ‘s-morgens zo heerlijk hadden gewandeld, maar we reden er voorbij. Ze herkende de buurt rond haar huis.

Niet theatraal zijn.

A was blij met haar goede conditie. Mooie vacht, schone oren. Holly was tamelijk blij om haar terug te zien maar niet uitgelaten en ze leek niet vertrouwelijk met de man des huizes. De Engelse bul sprong Holly onophoudelijk op de rug voor dominante stoeipartijen. Toen ze daar duidelijk genoeg van kreeg trok Yoeko blaffend haar partij. Omdat het bulletje van geen ophouden wist werd hij in de bench gezet waar hij met verontwaardigd gerochel en gereutel zijn aanwezigheid kenbaar bleef maken. Hij leek de baas in huis.

Er hing door de twee honden die niet harmonieren (en zo verschillend van karakter en geliefdheid zijn) een vervelende spanning in huis. Onrust. Onrust op alle fronten terwijl Holly door de rust was opgebloeid. Hiertegen valt niets te doen. Hollebol kwam nog even bij me zitten toen A in de keuken was en de man aan de telefoon. Ze legde haar zware kop op mijn knieen en keek me aan. Ik legde mijn hoofd op de hare. Ik kon niets meer voor haar doen. Over drie weken? Misschien ook niet.

De man des huizes zei bij het tafel afruimen, terwijl hij Yoeko bij de snuit nam: dit kleine ding wil ik wel ruilen.
Ik dacht dat ik hem niet goed had verstaan.
Niet tegen de bull, zei hij kribbig toen hij mijn verbaade blik zag, maar tegen Holly. Hij leek het te menen.
Het zei mij genoeg. Het kwartje viel.

Toen ik Yoeko aan de lijn deed om weg te gaan, kwam Holly zacht jankend onder mijn handen staan om ook aangelijnd te worden. Ze wilde verschikkelijk met ons mee en mijn hart brak omdat ik haar moest achterlaten. Ze werd de kamer ingeduwd waar ze zich triest schikte in haar lot. Ik heb me goed kunnen houden tot ik daar het huis uit was.

Ze is mijn hond niet en het is wijzer om haar los te laten maar ik heb zwaar de pest in. Yoeko trouwens ook. Die heeft de hele dag duidelijk om Holly liggen treuren, want ze waren soulmates geworden.
Een laatste foto hoe vitaal ze door hem was geworden. Zo hebben we haar gisteren ingeleverd: als een sterke, blije hond.