Jarig huis

Op dezelfde dag dat Boophus overleed was mijn huis jarig. Ik woon hier nu 38 jaar. Niet dat ik het heb gevierd, maar elk jaar denk ik er wel even aan. Nog altijd voel ik me hier op mijn plek. Niet in ’t minst omdat ik hier ruimte heb om mensen en dieren te houden.

Gisteravond, bij het bekijken van de laatste aflevering over Jaap van Zweden, zei deze iets over zijn tijd als orkestmeester wat mij raakte: “Ik voelde me een roofvogel in een kanariekooitje”, zei hij, of woorden van gelijke strekking. Nou, als je mij overbrengt naar een appartement krijg ik hetzelfde gevoel.

Maandag mijn iPhone uit elkaar geschroefd en zelf van een nieuwe batterij voorzien. Ging uitstekend, behalve dat ik er eindeloos over deed de piepkleine schroefjes weer op hun plaats te krijgen. Gelukkig wist ik ergens nog een handwerkloep te vinden die ik om mijn nek kon hangen. Huub had betere raad en liet mij zijn professionele hoofdbandloep zien met kwaliteitsglazen die ik meteen bestelde. Zo’n nieuwe batterij doet wonderen. Uiteindelijk moest ik hem elke nacht opladen. Nu heb ik hem al ruim vier dagen terug opgeladen, 10 uur gebruikt terwijl de batterij nog 50% stroom bevat.

Gisteren met Inge de alle jonge bramenscheuten weggespit. Er stonden er massa’s, evenals uitgezaaide hulsten. De brandnetels komen ook al op. ’t Is dat we hard bezig waren in de zon, maar de wind was nog goed koud. Met al dat vriezen ‘s-nachts durf ik de buitenkranen nog niet open te draaien. Wat dit betreft mogen er van mij om de zoveel dagen buien blijven vallen. Ik leg de vuile kippenrekken gewoon op het mos, en de buien doen de rest. Niet schoon, wel fris.