Wie wat bewaart (2)

De mannen kenden elkaar door en door want hadden samen gestudeerd, soms in hetzelfde huis gewoond en samen dus in de kroegcommissie gezeten. Hun latere beroepen liepen nogal uiteen. Jan zat jarenlang in het buitenland. Aan hem was te danken dat de vriendschap nooit is verwaterd. Hij stuurde rondschijfbrieven en telkens als hij met verlof kwam trommelde hij de club bij elkaar voor een borrel aan huis, met een kopieuze Indonesische maaltijd waarbij alles aanwezig moest zijn. Driedubbele porties sateh bijvoorbeeld: ajam, kambing  én babi. Hete boontjes met kleine garnalen, sajur lodeh, gado gado, sambal goreng tempéh, smoor djawa. Alles moest er zijn en alles ging schoon op. Wallie, Kick en Jan Karel hadden dit Indonesisch erin gebracht, en het was traditie geworden. Jan zelf liet zich ook niet onbetuigd, al at hij – als puntje bij paaltje kwam – liever witte rijst met boter en bruine suiker.

De vrouwen kenden elkaar minder goed, ook al omdat de helft van de huwelijken na jaren op de klippen was gelopen. Wat de mannen betreft: toen ik de club voor het eerst ontmoette (1964) viel ik van mijn stoel over zoveel onbeschaamdheid. Wat ze elkaar naar de hersens gooiden, hoe ze elkaar bejegenden, hoeveel ze konden zuipen en bunkeren. Hadden ze zich zesmaal bediend, was de tafel afgeruimd, en stonden ze voor vertrek in de keuken de koude resten nog eens van de schotels weg te happen. Met deze groep wekenlang door Indonesë trekken was een grote gok. De mannen kenden elkaar door-en-door en konden geweldig ruzie maken als ze dit nodig vonden, maar met de meiden erbij? Jan Karel en Kick hebben door omstandigheden hun dames nooit meegenomen, Els en Maaike waren nog nieuw en ik was de oude rot die iedereen had gekend. Ik heb nooit één dag spijt gehad van mijn besluit om mee te gaan.

Wally en Els waren luxe paarden: veel en lekker eten in de duurste restaurants. De anderen waren minder kieskeurig mits er maar veel was. Kick en ik, de fruitliefhebbers, aten het liefst ‘van de straat’, wat de anderen niet durfden. Wallie was hier (als bacterioloog) niet op tegen, mits de boel goed was doorbakken en op een bananenblad werd aangereikt in plaats van op een smerig bord dat vaak door de honden was schoongelikt. En nooit bestek gebruiken, voegde hij er streng aan toe, maar met je handen eten! Ik heb door Kick de raarste inheemse vlezen, snoepjes en vruchten gegeten die ik anders nooit had leren kennen. Als de anderen hun siësta hielden slopen wij soms weg om langs de weg iets nieuws te proeven. We zijn er nooit ziek van geworden.