Buurtonderzoek

Gisteravond dacht ik nog: het lijkt me afschuwelijk als een legermacht je tuin binnenstapt om de boel te doorzoeken. Maar vanmorgen: “Als ik bedenk hoeveel plekken er in mijn eigen tuin zouden zijn om een meisje te kunnen verstoppen, dan is Anne Faber een speld in een hooiberg”. Stel dat iemand haar hier hier heeft gedumpt dan heb ik maar liever dat vreemden haar vinden.

Ik las gisteren dat een van de burgerzoekers werd geïnstrueerd ook langs de stammen van dichtbegroeide bomen omhoog te kijken. Zelf heb ik het idee dat de dader de buurt kent. Fiets in de vijver van het Blookerspark duidt niet op een toevallige passant want je moet ook nog weten hoe je vanaf de Amersfoortseweg bij het water komt. Fluitje van een cent om het – al dan niet nog levende – meisje daarna per auto ergens heen te brengen. Het heeft vrijdagnacht zo hard geregend dat er geen afdrukken van voeten of banden meer konden zijn. Maar dit kan de politie ook bedenken. Vervelend gevoel dat de dader iemand uit de omgeving kan zijn. Hierbij duid ik niet op vluchtelingen of zwakbegaafden die in de buurt gehuisvest zijn en die erg makkelijk door wijsneuzen als verdachten kunnen worden aangewezen.

Anne blijft me bezighouden. Dagelijks passeer ik plekken die zijn afgezet omdat er wordt gezocht. Gisteren waren er ramptoeristen. De hele provincie Utrecht en ver daarbuiten leek te wandelen in de bossen die gewoonlijk alleen door vaste bezoekers worden gefrequenteerd die hun honden uitlaten. In de dichtstbijzijnde AH vanaf de bewuste vijver (= mijn eigen dagelijkse winkel) was er geen doorkomen aan. Kinderen speelden met stokken dat ze Anne zochten.

Net toen ik dit had opgeschreven ben ik met Inge de tuin ingegaan om heide te verplanten. Het miezerde, maar dat werkt niet onprettig. We waren nog geen kwartier bezig of er verzamelde zich een groep agenten met radiowagens voor mijn hek. Of ik bezwaar had dat ze in verband met Anne Faber de tuin doorzochten? Ze waren huis-aan-huis bezig. Of mijn hond gevaarlijk was? Ik hield hem onder controle maar sloot hem niet weg. Ze kwamen met een man of dertig het hek in en verspreidden zich alle richtingen uit. De baas van het stel bleef steeds in mijn buurt. De rest liep in de rhodo’s, achter de houtwallen, door de brandgangen, rond de vijvers, bij de composthopen. Ze bekeken alles grondig en merkten op dat er plek genoeg was om iets te verbergen.

De hond hield zich braaf maar leek na deze bezichtiging zwaar van streek. Herkende hij 21 maart 2016 toen na de overval ook drommen agenten zijn territoir hadden nageplozen alsof hij zijn bewakingswerk niet goed had gedaan?