De 12,5 kilo zonnepitten waren weer schoon op. Er gaat per dag een kilo pitjes doorheen verdeeld over twee voedersilo’s. We zijn in het gelukkige bezit van een uitgebreide, verwilderde wal vol doornige struiken, wild ontkiemde sparretjes, klimop, laurierkers etcetera waarin talloze vogels schuilen. We hebben alle mezensoorten gevoerd: pimpel, staart, kuif, kool, zwartkop en talloze vinken: gewone, groenlingen, gouden en grote groepen sijsje die als kolibrietjes om de vetblokken fladderen.
De merels en de zanglijster eten van de pitten, de houtduiven komen langs om gemorste zaadjes mee te pikken. Kieskeurige boomklevers vliegen af en aan om pitjes te eten, maar zoeken altijd dat éne lekkerste hapje waarbij ze de afgekeurde zaadjes op de grond laten vallen. Daar zijn de roodborsten dan blij mee, en niet te vergeten de eekhoorns. Iedereen blijkt met de zonnepitten dik tevreden en we zijn al lang opgehouden om kleine zakken te kopen.
Mannetje goudvink blijft de mooiste. Aandoenlijk hoe hij de hele winter samen met zijn meisje kwam eten. Zaten ze tegenover elkaar op een houder van de silo. Waar hij zit is zij ook, in haar bescheiden wildkleurige, onopvallende bloesje. Vermakelijk hoe ze met hun snavels de pitjes kraken en dan de dopjes van zich afspuwen. De mezen moeten de pitten tussen hun poten klemmen en er flink op hakken. Trouwens al die vinken hebben van die notenkrakersbekken.
Enorm succes is de vogelpindakaas met gedroogde insecten. Hier zijn ze ook allemaal tuk op. Ik heb een pot op de grond in het hart van de stermagnolia liggen. De eekhoorns krabben er klodders uit, en de stermagnolia zit vol vogels die braaf op hun beurt wachten. Never a dull moment op de voederplek.
Die pitten kopen we dan ook grotendeels voor onze eigen plezier. We blijven voeren tot er weer insecten zijn.
De merels vliegen nu rond met snorren vol gedroogde grasjes. Tijd om Yoeko’s uitgekamde wol in plukken buiten te leggen.