Ha, zei ik. Ga je dadelijk naar je feestje? Heb je al mooie kleren aan?
Neu… zei ze. Het is hier veels te nat. Het giet al de hele dag en er zijn er hele dikke hagelstenen gevallen.
En die hagelbuien waaien nu vanuit jullie mooie Frankrijk naar ons toe?, vroeg ik.
Neu… zei ze aarzelend. Dat denk ik toch niet.
Hoezoe niet?
Alle hagel is er hier al uitgevallen. Die buien zijn hardstikke leeg!
Category Archives: Natuur
Koffertje pakken
Problemen met pakken. Zeg nou zelf. We krijgen zon, zeggen de voorspellingen, maar zal die koud zijn of warm? Ik bedoel met of zonder wind? En komt de wind uit de Noord-Oosthoek of uit het zuiden? Dat bedoel ik nou. Dus toch maar die schipperstrui voor de behaaglijkheid, en twee fleeces, en thermische onderkleding, en twee lange broeken voor als er een verregent? Maar ook misschien een korte want stel nou. We gaan naar Terschelling met meisjes en honden. De mannen blijven op de huizen passen.
Zal je net zien dat vanmorgen de eerste grote pad hier rondscharrelde. Het wordt lente. De vogels zijn druk en nou ga ik weg van deze pret!
Gisteren voor het verdere jaar de timing afgesproken voor het Klokhuis Magazine. En wel zo dat de werkperioden vakanties en logeerpartijden niet in de weg zullen zitten. Heel mooi. Geeft rust. Werken blijft leuk. Alleen dat geredde toetsenbord is nog niet jofel met die haperende G. Misschien dat het gerepareerd kan worden?
Zijn ding doen
De hond die hem tegemoet liep op het smalle pad was groot en keek nors. Hij droeg zijn staart hoog en bleef maar staren. Yoeko schakelde twee tandjes terug maar bleef hem op lichte voeten naderen. Ze passeerden elkaar waarbij Yoeko op het laatst even inhield alsof hij wilde zeggen: Ga maar voor, als jij daar zoveel prijs op stelt. Tinka, aangelijnd ondertussen, gromde even toen de norsneus haar passeerde. De bullebak versnelde zijn gang en sjokte even later achter zijn ook al niet vrolijke baas aan.
Yoeko draaide zich plotseling om en rende hem achterna. Voor mij geen reden hem terug te roepen want ik wéét wat hij van plan is en dat ik dit niet uit zijn kop krijg. Wij bleven natuurlijk wel kijken. Hij huppelde onbevangen naar de bozerik en even later stonden ze snuit aan snuit te kwispelen. Prima begroeting, missie volbracht. Hij kwam met wuivende staart terug en vroeg om een snoepje omdat hij zonder geroepen te zijn was teruggekomen. Oké: vangen dan!
Deze afspraak hebben we nu eenmaal. Hàd ik hem geroepen terwijl hij nog niet klaar was, dan had hij ongehoorzaam moeten zijn. Maar omdat hij altijd terugkomt en daarmee een snoepje verdient, hoef ik hem niet vaak te roepen. Hij is een bijzondere kees, en dat issie!
Nóg weer een baal zonnebloempitten
De 12,5 kilo zonnepitten waren weer schoon op. Er gaat per dag een kilo pitjes doorheen verdeeld over twee voedersilo’s. We zijn in het gelukkige bezit van een uitgebreide, verwilderde wal vol doornige struiken, wild ontkiemde sparretjes, klimop, laurierkers etcetera waarin talloze vogels schuilen. We hebben alle mezensoorten gevoerd: pimpel, staart, kuif, kool, zwartkop en talloze vinken: gewone, groenlingen, gouden en grote groepen sijsje die als kolibrietjes om de vetblokken fladderen.
De merels en de zanglijster eten van de pitten, de houtduiven komen langs om gemorste zaadjes mee te pikken. Kieskeurige boomklevers vliegen af en aan om pitjes te eten, maar zoeken altijd dat éne lekkerste hapje waarbij ze de afgekeurde zaadjes op de grond laten vallen. Daar zijn de roodborsten dan blij mee, en niet te vergeten de eekhoorns. Iedereen blijkt met de zonnepitten dik tevreden en we zijn al lang opgehouden om kleine zakken te kopen.
Mannetje goudvink blijft de mooiste. Aandoenlijk hoe hij de hele winter samen met zijn meisje kwam eten. Zaten ze tegenover elkaar op een houder van de silo. Waar hij zit is zij ook, in haar bescheiden wildkleurige, onopvallende bloesje. Vermakelijk hoe ze met hun snavels de pitjes kraken en dan de dopjes van zich afspuwen. De mezen moeten de pitten tussen hun poten klemmen en er flink op hakken. Trouwens al die vinken hebben van die notenkrakersbekken.
Enorm succes is de vogelpindakaas met gedroogde insecten. Hier zijn ze ook allemaal tuk op. Ik heb een pot op de grond in het hart van de stermagnolia liggen. De eekhoorns krabben er klodders uit, en de stermagnolia zit vol vogels die braaf op hun beurt wachten. Never a dull moment op de voederplek.
Die pitten kopen we dan ook grotendeels voor onze eigen plezier. We blijven voeren tot er weer insecten zijn.
De merels vliegen nu rond met snorren vol gedroogde grasjes. Tijd om Yoeko’s uitgekamde wol in plukken buiten te leggen.
Pimpeltje
Uur geleden in de snijdende kou een gevallen pimpelmees voor de open deur van het tuinhuisje gvonden. Hij was kennelijk in een noodgang de bocht omgekomen en tegen het glas aangeklapt. Boing!
Hij leefde nog. Hopend dat hij niks had gebroken nam ik hem in mijn handen. JW ging glaasje water halen, drupte enkele drupjes over zijn snavel. Meestal komen ze dan wel bij van de schrik.
Ik dacht meteen terug aan die bejaarde roodborst die we eens naar de vogelopvang brachten. Dit leek een milde daad maar het bleek onzinnig. Alsof ze zo’n ding nog onder de warme lamp gaan leggen om mij een goed gevoel te geven. Voordat we daar het hek verlaten hadden was hij aan de uilen gevoerd, wat ik je brom. Dan had hij nog beter in zijn eigen tuin als voedsel kunnen dienen.
Wijzer dan toen heb ik mijn opgekrikte pimpelmeesje in de bush tussen de struikjes gezet. Ik liet hem daar zonder wroeging aan zijn zelfredzaamheid over. Minuut of tien later was het vogeltje spoorloos. Zo’n ding heeft het recht om – dood of levend – in zijn eigen omgeving te blijven.
Overigens was zijn buikje onvoorstelbaar helder citroengeel. Als je zo’n dinkietoy in je hand houdt is het een balletje van niks.