Terug naar Log

07-23-2001: "Jacht"

Mijn vader was jager, vandaar dat hij het kleinste zag lopen of vliegen. Jagen was van oudsher al doorgegeven van vader op zoon; in tijden dat het nog welvoeglijk was en niet zo massaal en verwoestend als nu. Ik ben opgegroeid tussen patronen en buksen in allerlei soorten en maten.
Zowel mijn opa als mijn vader schoten raak want bij twijfels schoten ze niet. Dan zag je patrijs of fazant door de hagel knakken en in een wolk van dons naar beneden storten waarna de hond hem mocht zoeken. Ik vond het opwindend en prachtig om de dode vogels te dragen en de mooiste veren uit hun staart te trekken. Dit was mijn 'speldengeld' want op school kon ik ze ruilen tegen knikkers of tollen.

Op mijn eerste jacht - ik was een jaar of zeven - had ik mij reuze verheugd maar het werd een sof. Opa en pa zouden laat in de middag ganzen gaan schieten omdat de boeren last van hun vraatzucht hadden. Ik had gehoopt dat ik mee mocht lopen maar werd op een heuveltje gezet waarvan ik vooral niet weg mocht lopen. Papa zei: als je op stap gaat in de schemer denken we dat je wild bent en krijg je hagel in je broek. Dit kon ik snappen dus ik bleef braaf zitten.

Om mij heen hoorde ik eerst nog de vertrouwde geluiden van opa en pa, en van de jachtopziener met de hond, maar toen de zon onderging werd het doodstil tot het gak-gak-gak in v-vorm kwam overgevlogen. Ik stierf de dood. Niet om de dood van zo'n vogel, maar dat ze niet zouden snappen dat ik op die heuvel zat en zo'n gans op mijn kop kon krijgen. En ondertussen klonk het van pief-paf-poef en vielen ze verderop naar beneden. Een stuk van mij vandaan, maar elke volgende kon toch nog altijd op mijn heuvel vallen.

En wat nog het ergste was van die dag? Ze waren mij vergeten! Pas toen het bijna donker was kwam de hond mij halen. Met hem durfde ik wel mee te lopen want hij was veel te kostbaar om in zijn billen geschoten te worden.

 

 

 

 

Site Meter