Terug naar Log

07-25-2001: "Jacht(3)"

We aten veel wild thuis en ik was blij toen ik voorgoed het ouderlijk huis verliet en een normale gehaktbal kon braden. Toch brachten mijn ouders nog regelmatig iets langs. We hadden het in die dagen niet breed en mijn moeder fluisterde dan na´ef 'kind, dit is toch gratis eten!'. Ze wilde maar niet beseffen dat ik geen vlees kon bakken in veren of vel.

Naar de poelier in de stad met dat vee aan je fietsstuur kon je in die dagen niet meer maken zonder scheldwoorden naar je kop te krijgen. Plukken of villen kostte trouwens meer dan drie dagen feestelijk rundvlees. Niettemin nam ik op zekere dag de buit weer zuchtend in ontvangst om die met veren de koelkast in te kwakken. Maar 's middags ontstond groot alarm.

De kinderen waren uit school en H(4) trok de koeling open op zoek naar lekker drinken wat hij helemaal niet mocht want er was thee. Whaaaaaaaaaa! schreeuwde hij ontdaan, er ligt een dooie tijger, kom vlug kijken, dooie tijger! en hij stond bleek te wijzen naar een koppeltje fazanten.

Nou ja, ik liet natuurlijk zien dat het vogels van opa waren waarvan je eerst de veertjes moet trekken voordat ze de pan in konden. Toen brak de hel los. De staartveren waren er zo uit. Er werd geruzied om de mooiste en ik had ineens twee hollende indianen die pluis en dons door het hele huis verspreidden; twee joelende tekkels, geheel uit hun dak van de geur, die niet meer tot bedaren waren te brengen en mijn arme zelf. Ik was verworden tot zwaan-kleef-aan. Elke plukje dons dat ik plukte - en er waren er nog een paarduizend te gaan - dwarrelde in pluisjes uiteen, die eerst hardnekkig aan mij bleven kleven, in ogen, oren, neus en mond, om daarna metersver op stap te gaan. Een waterval die niet meer was te stuiten.

Ik trok in de keuken mijn kleren uit voordat ik ging douchen. Vergeet het maar! Bij elke voorzichtige stap waaiden ze op om zich weer aan mij vast te hechten. Ze gingen gezellig mee naar boven, de slaapkamer in, de badkamer in, en dwarrelden nog dagenlang uit het niets naar beneden.

Toen ik vrij nijdig mijn moeder belde dat ik nooit geen wild meer wilde hoorde ik mijn vader doodleuk zeggen 'kon ze echt niet bedenken dat je dons de baas blijft onder stromend water?'
Neen, dit had ik niet bedacht. Ik had het thuis nooit zien doen.

 

Reacties: (1)


Ik zou dolgraag ook zo'n opa gehad willen hebben.
Geertjan, 25-07-2001 17:34

 

 

 

Site Meter