Terug naar Log

07-28-2001: "Lef"

Suikerkater Floris was 'm gepiept omdat de keukendeur op een kier was blijven staan. Zielig dat hij nooit meer buiten mag maar het is te link. Als zijn behendige broertje de rottweilers van de buren al niet kon ontlopen, dan lukt dat Floris zeker niet. Teken zijn trouwens ook vervelend omdat de wondjes bij hem slecht genezen. Maar het ergste scenario zou zijn dat hij niet op tijd binnen was voor zijn prik.

Floris dus buiten voor het eerst sinds zijn ziekte. Toen ik de open deur ontdekte zag ik hem nergens meer lopen. Gelukkig is hij net een hond. Als je hem roept dan zegt hij iets terug om uiteindelijk ook wel te komen. Nadat ik drie roepende rondjes had gedraaid waarop hij telkens éénmaal reageerde zodat ik niet kon horen waar hij zat, kwam hij kwasi onverschillig aangeslenterd. Hij ging op het marmeren tafeltje liggen, van oudsher zijn plek, en kneep genietend zijn ogen tot spleetjes.

Birmanen zijn de zachtste katten die er bestaan maar tegelijk vaak de grootste rovers. Zodra ze de oversprong van hondje naar jager hebben gemaakt kun je ze roepen tot je een ons weegt. In tegenstelling tot zijn broer is Floris nooit bijster gepassioneerd geweest. Hij heeft wel eens iets gevangen, maar keek er nooit erg gelukkig bij.

Niettemin sloop hij vanmiddag weg naar de struiken. Eerst dacht ik: laat maar even nu we toch op hem letten. Maar hij was nog geen twee meter verder of zijn oren gingen naar voren en hij kreeg die bekende vurige blik in z'n ogen. Daar gaan mijn kikkers, schoot door me heen want die zijn minder handig dan muizen. Hij sloop nog even verder tot een woeste open plek en toen waren de rapen gaar.

Eerst klonken driftige alarmkreten, daarna gescheld en geschetter uit de keel van papa winterkoning die in het struweel kennelijk familie te bewaken had. Toen dit niet voldoende indruk maakte begon de walnoot-met-wipstaart te dreigen. Zo had ik het nog nooit gezien. Hij snorde talloze malen rakelings langs de kattekop, wipte schetterend van tak naar tak en probeerde met gevaar voor eigen leven de indringer te verjagen. Wat een moed in zo'n klein lijfje!

Floris was zo geschrokken dat hij niet eens meer kon bedenken dat hij met één welgerichte klauw het vogeltje uit de lucht kon meppen. Hij zat onwijs beteuterd te kijken en was dankbaar dat ik hem kwam redden.

 

 

 

 

Site Meter