Terug naar Log

08-02-2001: "Eierles"

De laatste warme dag is vergleden. De lucht is al betrokken maar het is nog zwoel. Zodra de buien vallen is het voorlopig weer afgelopen met de warme pret. Een graad of 22 noem ik frisjes. Het onkruid denkt er net zo over. Zodra je hebt gesproeid staat het twee dagen later fris en stevig tot je enkels. Zo droog was het trouwens niet want de grond was 's morgens nat van dauw. Groeizaam weertje.

In de tobbe staan beide kleine waterlelies in knop. Vandaag weer eens alg uit de harten gepeuterd. Zag ik aan enige stengels eieren hangen. Nou ja, ze lijken op doorzichtige, melkkleurige rupsen. Ik moet nodig op eierles om te leren wat precies wat wordt. Ik gooi het nu maar op eiersnoeren van de bruine kikker want die scharrelen er nog steeds rond.
Een paar padjes teruggezien toen ik op m'n hurken bij de tobbe zat. Ze zijn nog steeds verschrikkelijk klein. Er zat er een op een takje naast een bloem, en op de bloem zat een bij. Het padje was niet groter dan de bij. Gek dat ze de eerste drie maanden van hun leven zo hard groeien, en dat het daarna zo langzaam gaat. Nu waren de padjes uit de tobbe veel kleiner dan hun soortgenoten uit de grote vijvers.

De rietpoel begint snel te veralgen maar telkens als ik een bundel draden boven haal zitten er of eiren, of babysalamanders in. Ik heb gelezen dat alg voedingsstoffen biedt aan alles wat uit het ei is gekropen. Bovendien vormt het zweefgroen boven de bodem een schuilplaats. Eieren van de salamanders ken ik wel. Op het ogenblik zie je er hele kleine wurmpjes in zitten die zich een weg naar buiten vreten.
Er zwemmen al een stuk of wat salamandertjes rond die de maat van een halve lucifer hebben. Ze zijn beige, maar bij een bepaald soort lichtval nog transparant. Dan zie je hun hele bottenboeltje zitten. Net als op een röntgenfoto.

Die kleintjes leven solitair en zoeken elkaar niet op. Moet verschrikkelijk saai zijn en weinig inspirerend. Als ik terugdenk hoe die hele kudde dikkopjes elkaar op sleeptouw nam, dan moet een salamanderkind het leven puur op zijn instinct ontdekken. Misschien dat het anders wordt als er straks veel zijn. Overigens leven de padjes, eenmaal op het land, ook hun eigen bestaan. Je ziet ze nooit meer in groepjes.

 

 

 

 

Site Meter