Terug naar Log

08-10-2001: "Onbehaaglijk(1)"

Merel postte zo'n mooi stukje als reactie op mijn 'Behaaglijk' dat ik hem hier boven haal:

Gepost door Merel, , http://merelroze.com op 09-08-2001 12:05 uur

Ik heb onweer nooit eng gevonden, behalve één keer, en dat was juist aan boord van een schip dat in een haven lag. Een boot van 9 meter die heen en weer geslingerd werd op de klotsende golven, de wal steeds harder rakend en die steeds minder te controleren was.
We raakten aan één kant los met de boot en de vader van mijn vriendinnetje (ik was 9) ging naar buiten om de boot weer vast te maken. Door de storm viel hij overboord, en kon pas na een tijd weer op de boot terugklimmen. Het was vreselijk: het was pikkedonker op de lichtflisten van de bliksem na. De donder viel steeds vaker gelijk met de bliksem.
Na een aantal uren was het weer rustig, was de vader opgedroogd en werd het een mooi verhaal, maar op het moment zelf... ai.


Onweer was eng op het water, vond ik ook, al beweerden schippers dat je geen gevaar liep zolang je maar geen extremiteiten buiten de kooi van Faraday stak en niet aan lager wal geraakte. Niettemin. Als weerlicht en knallen zowat samenvielen ging ik meestal chocolademelk koken om afleiding te geven en te nemen. Een grote kunst als het schip zo lag te stampen.

Twee zware stormen zullen me altijd heugen. De eerste overviel ons toen we een zeer kort schip van net zes meter lengte overbrachten van Lemmer naar Muiden. We hadden eenderde van de route afgelegd en terugkeren had geen zin meer. Er waren golven als huizen zo hoog en we doken steeds tussen twee rollers met een klap de diepte in waarbij alles kraakte en knarste. Ik zat vastgebonden aan de mast omdat ik de zeilen had gereefd en kon niet meer binnenkomen zonder overboord te slaan. Toen dit na eeuwen lukte was mijn weerstand kapot. Ik deed precies hetzelfde als onze jongste onder benarde omstandigheden: kroop op kooi met een deken over mijn kop. Hus zat aan het roer met twee ervaren zeezeilers naast zich, maar hen zou het ook niet lukken om het schip heel te houden.
Wat ik het ellendigste vond was niet eens dat ik zou verdrinken, maar dat ik niet naar huis kon bellen om te melden dat ik nooit meer thuis zou komen.

Ver na donker zijn we Edam binnengelopen waar we een plekje vonden in de haven. Zeezeiler1 pakte zijn tasje en zei dat hij de trein nam. Zeezeiler2 belde zijn vrouw om opgehaald te worden. Ik voelde me toep pas moedig want ik bleef. (wordt vervolgd)

 

 

 

 

Site Meter