Terug naar Log

08-13-2001: "Feestje"

Ontbijt aan boord was een feestje: warm brood dat zwart zag van de krenten of suikerbrood waarin de boter smolt en daar een laagje bruine suiker over. Tenminste, als de wind ons welgezind was. Zat hij op vrijdagavond tegen dan ontwaakten we langs het weiland waar we bij donker waren gestrand. Dan was er geen brood. Zelfs geen melk om pap van te koken want we namen voor het weekend nooit etenswaren mee van huis.

We hadden te weinig bergruimte om veel proviand te bewaren. De ene kist werd in beslag genomen door de watertank en de andere stonk zwaar naar olie omdat hij tegen het motorcompartiment lag. Daar lagen alleen een paar blikken hutspot en stamppot, droog spul dat je met heet water tot smurrie moest roeren plus de overjarige witte en bruine bonen voor calamiteiten. Stel dat die ons waren overkomen, dan hadden we nog liever onze kleren opgegeten. Maar ze behoorden nu eenmaal tot de uitzet en gingen elk jaar weer mee.

Ontbijt aan boord was een feestje want als we, nog in hansop zo langs dat weiland vol dauw en wolken, ons langzaam de slaap uit de ogen wreven, de fluitketel zijn gilletje slaakte, de wijdmondse termosfles klaar stond om de stamppot warm te houden, het blik met een zuigend sisje was opengegaan, dan stond het leven lekker even op z'n kop. Stamp op je nuchtere maag? Nou en? Krijg je een warm buikje van!
Het leven bij lage temperaturen was even bizar. Als er geklaagd werd over kou - soms was het zelfs in bed niet warm te krijgen - dan hielden we onder de wol de jas maar aan en zetten we ook nog een muts op, wat reden was voor veel gegiechel.

De oudste teckel was aan boord een ramp. We moesten hem doorlopend in de gaten houden. Lagen we afgemeerd dan bewaakte hij grimmig het lapje grond tussen de beide landvasten. Moment van onoplettendheid, of hij had weer iemand bij de hielen. Luid gegil om niks gelukkig want hij beet niet door. 's Nachts was het echter niet zo lollig als je de kooi uitmoest om iemand met duizend excuses te ontzetten al gaf dit een veilig gevoel. Slagers had hij ook iets tegen. Accepteerde wel de worst om vervolgens razendsnel nog even in de man z'n vingers weg te happen. In de jachthaven van Heeg konden we helemaal niet meer komen. Daar had de havenmeester hem omdat hij kefte een klap met een roeispaan verkocht. Toen we er een jaar later weer binnenvoeren sprong de teckel tegen elk verbod als eerste van boord. Zoef! Op de havenmeester af. Hap! In zijn kuiten, waarna hij dik tevreden terugkwam. Eigen schuld dikke bult. We mochten er niet blijven overnachten.

Dat het vrijbuitersleven tot complicaties kon leiden merkten we pas na de vakantie toen we op school werden ontboden. De juffrouw stamelde beschaamd dat er iets met Tsja niet goed leek. Hoezo? Nou ja, hij hoefde nooit als juf het vroeg, en ze vroeg het hem vaak, maar zodra de bel ging rende hij naar buiten om tegen de boom te plassen.

 

 

 

 

Site Meter