Terug naar Log

10-17-2001: "Hemelse zonde"

Een uur heen, een uur terug en een kwartier in de behandelstoel bij een juffrouw orthodontiste aan wie ik maar niet kan wennen. Zeurde ze over vorige week dat zij had moeten wachten omdat ik de afspraak was vergeten. Werd ik goed pissig van. Ik had excuses aangeboden, een volle rekening ontvangen en die ook zonder protest betaald. Dus ik zei fijntjes terwijl ik het plafond bestudeerde dat ik stinkrijk zou zijn als ik voor al mijn uren wachten werkuren had berekend. Hadden we oorlog en zij de macht met haar schoonmaakhaak en spiegeltje waarme ze mijn lip haast scheurde, maar ik gaf geen krimp.

Buiten de spits en verwarmd door een najaarszonnetje was rijden een genoegen al hadden de bomen nog geen najaarskleuren. Ik vond dat ik een beloning verdiende en heb een uur door Zeist gesjouwd. Zodra ik in diverse winkels een aardige garderobe bijeen had gezocht hing ik alles weer terug in de kasten. Als ik twee maten ben geslonken kom ik wel terug, zei ik tegen verkoopsters die keken of ik gek was.

Even bij de HEMA binnen. Had ik niet moeten doen want de geur van baksel deed voelen dat ik sinds vanmorgen niets had gegeten. Ik draaide rondjes om de rekken chocola, gevulde speculazen, spritsen. Sloop langs vitrines met saucijzenbroodjes, schuifelde als een hongerig kind het cafetaria binnen om te zien wat er lag, en kwam schietgebedjes prevelend met lege maag en handen buiten.

'Als je zondigt, moet je dat doen met de beste kwaliteit', hoor ik mijn moeder nog zeggen. Een van de weinige dingen waarin ik haar trouwens gelijk moet geven. Straat verder schoot ik de notenwinkel binnen waar ze Leonidasbonbonnen verkopen.
Dag mevrouw, zei de verkoopster in haar nopjes, wat kan ik voor u doen?
Mag ik n bonbon van u alstublieft? Ik trok er mijn beste gezicht bij.
Haar mond viel open. Ze staarde me aan of ik een nijlpaard was. Pardon mevrouw?
En bonbon alstublieft. En wel zo'n grote zwarte met een noot erop.
Ondertussen was er een dame binnengestapt die er nog heel wat welgedaner uitzag dan ik. De verkoopster gunde mij geen blik maar siste langs mij heen: deze mevrouw wil n bonbon, hoe is ut mogelijk. De dame bleef stuurs voor zich uit staren terwijl ik mijn vraag rustig herhaalde.
De verkoopster hervond zich en vroeg met een scheef koppie: eet u hem hier of moet ik hem inpakken?

Terug in de auto met van die kleine hapjes knagen aan de zachte vulling van echte pure chocola, terwijl het hardere omhulsel langzaam tussen m'n vingers begon te smelten. Dit was een enorme, hemelse, schandalig dure maar verstandige zonde waarvan ik uit alle macht kon genieten.
En nu opnieuw de buikriem aan.



 

 

 

 

Site Meter