Terug naar Log

01-12-2002: "Monnikenmaaltijd"

De refter is een lange zaal uit kale baksteen met stenen vloeren en gewelfde plafonds. Er staan twaalf lange tafels langs de muren. Aan elke tafel kunnen vier personen zitten met de rug naar de muur, en het gezicht naar de zaal. In totaal zijn er dezelfde 48 plaatsen als in de kapel, waarvan er nog maar 16 worden bezet door kloosterlingen, 2 door ons, en 7 vandaag door gasten die op de abdij logeren. De tafels zijn met zorg geschikt. Elke gast heeft een monnik als gastheer om hem gewoonten en gebruiken voor te doen. Gesproken wordt er tijdens de maaltijden niet.

De houten tafels zijn schoon, maar niet met kleden gedekt. De monniken hebben hun eigen servet in een servetring, en een eigen stalen waterbeker die zij na gebruik met hun servet schoonmaken en drogen. Gasten krijgen een papieren servet en hun beker gaat na de maaltijd naar de keuken.

De grote tinnen nappen waaruit de soep wordt genuttigd vormen het meest imposante vaatwerk. Tin dat door talloze jaren is geschuurd en een prachtige patine heeft gekregen. De bedelnap zou je bijna denken, maar Benedictijnen waren, dacht ik, geen bedelaars. Ook de vier stukken fruit, die na de maaltijd op elke tafel worden gezet, vormen een vertederend stilleven liggend op antieke tinnen borden.

Ergens halverwege staat tussen twee tafels een lezenaar. Daar zit een pater gedurende de gehele maaltijd voor te lezen. Hij krijgt geen eten. Hij leest bedachtzaam voor. Gunt ieder tijd om de woorden op waarde te wegen. Na elke zin observeert hij zijn toehoorders of zij de betekenis van het gelezene hebben verteerd. Het blijkt allerminst vroom te zijn wat hij doceert. Vanmiddag was het zelfs wereldser dan je bij monniken zou verwachten. Ter tafel kwam onder meer een een verhandeling over CÚline.

Traditiegetrouw rijden twee monniken met belachelijk witte schorten voor hun zwarte pij steeds met een karretje langs de tafels om schalen eten rond te brengen (in roestvrij staal) en het vuile vaatwerk mee te nemen. Om het bestek niet te laten kletteren wordt aan elke tafel een houten doos verstrekt om het vuile bestek in te verzamelen. Geluidloos wordt er op- en afgediend opdat de lezer verstaanbaar blijft. Ik stel mij voor dat de dieners en de lezer na afloop samen eten.

Vroeger kookten de monniken zelf maar ze zijn nog met te weinig. Catering verzorgt soep en een hoofdgerecht wat best ingewikkeld is omdat er maar driemaal per week vlees wordt opgediend. De maaltijd was eenvoudig maar heel smakelijk: ongebonden groentesoep en daarna rijst met roergebakken verse groenten en een vegetarische ragout. Menig bejaardenhuis mocht zich zo'n lichte vetvrije keuken wensen.

 

 

 

 

Site Meter