
De eerste van vijf dikke knoppen heeft aarzelend zijn blad ontvouwen. Hij staat op steel net boven het water te stralen. De zwoele dag is veelbelovend, al reageren waterlelies meer op licht dan op warmte zo te zien. Het wemelt van jonge salamanders die het leven naar hartelust verkennen, terwijl de dikkopjes nog steeds in ondiep water blijven. Dom en gevaarlijk want je ziet ze op afstand zitten al denken ze zelf van niet. Net als salamanders wanen ze zich onzichtbaar als ze zich niet bewegen.
Het gaat met die padjes-in-wording heel anders dan vorig jaar. Met deze heb ik geen binding. Ik signaleer dat hun achterbeentjes goed zijn gegroeid en hun tonvormige lijven spitser worden, maar veel kans om ze gade te slaan krijg ik niet, laat staan om ze te fotograferen. Vorig jaar was, vrees ik, een wonder dat slechts éénmaal voorkomt. Ik hoefde mijn hand maar in het water te steken of daar kwamen ze aan. Ze lieten zich veel en graag kieken en zwommen in grote scholen de hele dag heen en weer.
Dit jaar blijven ze maar in de ondiepten hangen tussen het alg of onder de planten. Geen lol aan te beleven en het kan nooit gezond zijn. Misschien te vroeg geboren en daardoor kwetsbaarder gebleven? Ach, je peinst wat af. Zeker is, dat ik vorig jaar met m'n schepnet nog geen blaadje van de waterspiegel kon vissen zonder dat ik dikkopjes beet had die ik terug moest zetten. Is nu geen sprake van.
Overvloedig salamandertjes dit keer. Iets dieper scheppend altijd beet. Van die aandoenlijke hummels met pluimpjes op hun kop, voorstadium van hun definitieve gedaante. En grotere die al in hun echte huidje zitten, nog lichtbruin van kleur en onbevangen. Hoe dan ook valt er bij het water altijd iets te kijken.