
Niks geen wandelende kikkertjes aan de rand van de vijver. Wel veel vogelstront maar er ligt geen kaartje bij van wie. Er hangt weer een grote libelle-imago aan het irisblad, net boven de rupsen. Of de helicopter veilig is weggekomen of door de schijterd verslonden valt niet te traceren.
De kleine prins is er echt een van twaalf ambachten & dertien ongelukken. Ouders hebben er hun handen vol aan. Jawel, hij fladdert nu korte stukjes, onhandig golvend, en strijkt verlamd neer waar het maar kan. Zo ook op het rietblad in de vijver, niet ver bij me vandaan. Het slappe blad buigt diep door en kantelt telkens als hij gaat verzitten. Nee hè, dadelijk moet ik hem nog uit het water vissen.
Ondertussen kwettert moeder alweer hippend op een tak dichtbij dat het kind moet vliegen en wel nu. Haar stem duldt geen tegenspraak. Ik wend me af en blijf met mijn rug naar het tafereeltje toe luisteren van angst de kleine af te leiden. Even later hoor ik het dwingende tak-tak overgaan in een parelende jubel.