
De kikkertjes zijn aan de loop maar god, wat zijn ze ondermaats. Dit kan nooit iets worden. Ze denken dat ze niet worden gezien als ze zich onbeweeglijk houden, maar glanzen als git. Het zonlicht weerkaatst op hun glimmende huid als je door je wimpers gluurt.
De ekster vliegt rond met twee jongen. Ik hoor hem naar zijn jongens roepen: 'Aan tafel, de sudderlapjes zijn gaar!"