
In bijlage M van NRC Handelsblad een liefdevol maar schrijnend artikel door Afke van der Toolen die een maand ging werken in een verzorgingshuis. Mooi dat de medische wetenschap er eer in stelt om mensen oud te laten worden, maar gelijktijdig bezorgt de kundige medicatie behoeftige oudjes een hel op aarde voordat ze spontaan mogen sterven. De maatschappij is gestoord. Of je laat mensen oud worden en zorgt voor menswaardige verzorging, of je laat de natuur zonder rekken op z'n beloop.
Terugdenkend aan de lijdensweg van mijn ouders hadden hun en ons die laatste jaren van aftakeling, angst en ontreddering bespaard mogen blijven. We deden wat mogelijk was, wat niet kon voorkomen dat hun leven eindigde onder mensonwaardige omstandigheden. Mijn moeder had nog het geluk dat ze acht maanden in het ziekenhuis mocht wachten op een plaatsje in het verpleeghuis; dit omdat mijn vader toen al zwaar prostaatkanker had en haar niet meer kon verzorgen.
Toen mijn moeder, eenmaal in het verpleeghuis, zware longontsteking kreeg waarvan zij niet meer zou genezen en in coma raakte, haastte de arts zich mij te vragen of hij actieve euthanasie mocht toepassen. Ik dacht vals: dat zal wel zijn om haar bed vrij te krijgen en antwoordde: neen, maar dit was niet mijn reden. Wie was ik om aan het stervensproces van mijn moeder een einde te laten maken? We hebben nog twee dagen en nachten gewaakt. Mijn zus kreeg tenminste nog tijd om uit Aruba terug te vliegen.
Mijn vader werd door een thuiszorgbureau op zijn eigen flat verpleegd. Er was niets mis met zijn geest maar ze gaven hem steeds meer morfine om rustig te houden. Hij werd er verward, argwanend en angstig van. Niet ten onrechte, zoals later bleek. Menige nacht belde hij huilend op of we hem kwamen halen omdat hij bang was van al die gezichten. Toen een dépandance van een ziekenhuis dicht in onze buurt hem uiteindelijk opnam, hebben we hem moeten ontvoeren omdat het thuiszorgbureau in samenspraak met zijn huisarts hem niet wilde laten gaan. Allicht niet, bleek later. Sommige dames hadden hem heel wat afhandig gemaakt. Dit bureau bestaat niet meer.
Het eerste wat ze in het ziekenhuis deden was hem afkicken van de morfine die volkomen onnodig was geweest. Het was een lijdensweg voor hem en voor ons want hij kreeg hallucinaties en werd er nog boosaardiger van. Na een maand of drie hervond hij zijn waardigheid, werd weer helder en kon eindelijk ook weer eens lachen en iets aardigs zeggen. Korte tijd later is hij, na een vrolijke avond die we nog met hem hadden (voor het eerst loop ik met een gat in m'n sokken, giechelde hij) in zijn slaap overleden.
Een mooi en treffend stukje. Het zegt ook veel over onze 'samen'leving ...
Nu heb ik rode oortjes...