
Drie bruine kikkertjes hebben de hele middag in de tobbe rondgesparteld. Ik snap niet hoe ze durven want mijn Beer vindt niets heerlijker dan drinken uit dit pierenbad. Steekt zijn grote lebber in het gore water en slobbert op twintig centimeter van zo'n ding vandaan dat onbeweeglijk blijft liggen met alleen 't koppie boven water. Het denkt dat we hem niet zien met dat kroos op z'n harses maar het maakt kleine golfjes rond zijn keel waar het van benauwdheid bonkt. Bovendien glimmen zijn bolle gouden ogen.
Bruine kikkertjes kwaken wèl, al is het zachtjes. Als ik met m'n bamboestok een overdaad aan alg uit de tobbe hengel wordt ik vanuit het spireabos naast het badje gadegeslagen terwijl er een duidelijk, maar nauwelijks hoorbaar bwah bwah uit het gebladerte opstijgt.