
Het indrukwekkende aan Konrád's Geluk is de emotieloze verslaggeving van een reeks dramatische gebeurtenissen door een Joodse elfjarige die zichzelf en zijn zusje moet zien te redden als hun ouders zijn gedeporteerd. Een kind van elf neemt het leven zoals het valt, legt nog geen verbanden, oordeelt niet, maar vertelt de ongekleurde feiten. 't Is aan de lezer om tussen de geserreerde zinnen het heimwee en de grenzeloze pijn te voelen, want die worden zelden benoemd.
Als de jongen en zijn zusje uiteindelijk naar hun dorp terugkeren blijken zij de enige Joodse kinderen die de oorlog hebben overleefd. Dan beseft de jongen dat hij zich nooit meer thuis zal voelen in zijn geboorteplaats waar niemand een vinger had uitgestoken om de Joden te redden.
Anders dan in Holland waar bevrijding ook letterlijk bevrijding was, werd Hongarije ontzet door de nieuwe bezetter die Sovjet Unie heette en het leven begont te ontwrichten. Hier eindigt het boek. De beklemming van een verscheurd Hongarije in latere jaren wordt indrukwekkend in "De Medeplichtige" beschreven.