
In langvervlogen jaren hadden wij een uigewoond huis aan een watertje in Friesland waar geen blind paard kwaad kon. Één kamer werd door een gaskachel verwarmd, maar verder moest je handschoenen aantrekken bij het koken totdat de oven iets warmte had vrijgegeven. De wc was aangebouwd dus je jas aantrekken voordat je vastvroor aan de bril was geen overbodige luxe.
Op de begane grond was de slaapkamer met de twee bedstees ons domein. Het kon er zo koud zijn dat de jongens gingen slapen met hun muts op. Op de verdieping, zolder met één afgeschoten kamertje, stonden acht afgedankte bedden op een rijtje.
Niets mooier dan daar kerst- en nieuwjaar vieren met een man of twaalf. Klappertandend warmgehouden door beerenburg en zo nodig met kranten onder de kleren als het zwaar vroor. Er kwamen de prachtigste diners op tafel want mijn zusje bracht vrienden mee die niets leuker vonden dan onder erbarmelijke omstandigheden koken.
Beerenburgkruiken moesten snel leeg. Er werd om gevochten want ze gingen snachts als beddekruik mee naar boven. Wie het ontbijt verzorgde mocht met het venijnige scheepstoetertje de anderen 's morgens wakker blazen, waarop ieder zich in in hansop op de gebakken eieren stortte om zich vervolgens geheel in dobbelspel, sjoelbak of puzzel te verliezen totdat de wasbel klonk om zich te kleden voor het diner.
Zoveel gelachen daar, zoveel krankzinnige herinneringen dat ik de feestdagen nooit meer leuk kon vinden. Voorgoed ongeschikt voor het traditionele decembergebeuren.
elisa op 28 december 2002 om 16:04 uur