
Vanmorgen omstreeks 04:00 uur locale tijd moet zoon H. in Delhi zijn geland. Het kan bijna niet anders of hij heeft nu al een geweldige cultuurshock ondergaan. Ik zat als het ware op zijn schouder en keek mee want twee jaar geleden maakten wij dezelfde tocht.
Na het wisselen van geld - een hele onderneming omdat je bergen rupees krijgt die vaak met een kram aan elkaar zijn geniet - is het wachten tot de groep compleet is. Het oponthoud kan worden veraangenaamd in een aankomsthal waar (nescafé)koffie te koop is. Daar liggen, boven op de buffetten en, ingerold als katten, de boys te slapen die nachtdienst hebben. Je staat in dubio: wakker maken of laten liggen maar de slapers schijnen je aanwezigheid te voelen. Het blijken kinderen te zijn van een jaar of twaalf.
Buiten begint het te gloren. Een mist van verontreiniging verstrooit de eerste zonnestralen tot een blauwe waas. De bus is gearriveerd, je stapt in, kijkt rond en denkt gelaten: 'de luxebus zal morgen dan wel komen'. Na twee dagen beschouw je deze sleetse touringcar als het toppunt van comfort.
De rit naar het hotel gaat door de voorsteden van Delhi die rustig zijn op zondag. Naar Indiase begrippen tenminste. De stad begint te ontwaken, koeien, geiten en honden rekken zich uit en beginnen aan hun ochtendwandeling zonder aanziens des verkeers. Stoepslapers krabbelen overeind en binden hun lappen bij elkaar.
Mannen hurken met hun gezicht naar de goot om te plassen, kinderen hurken er met de rug naar toe om een hoopje te doen. Vrouwen lijken nooit te hoeven. Bij alle openbare kranen queuen mensen die met schuimend sop zichzelf en hun kleren gaan wassen.
De hele stad wordt tijdelijk één wasplaats. Over hekken, stuiken, middenbermen, aan lantaarnpalen, kabels en slagbomen hangen meterslange kleurige lappen te drogen van ragdunne katoen. Mits het niet regent heeft iedereen een half uur later zijn schone goed weer aan.
Je ogen vallen dicht na bijna 12 uur reizen (wachttijden meegerekend) maar in de buurt van het hotel veer je weer overeind. De bus wrikt zich met horten en stoten door een straat dicht langs het spoor, haveloos, smerig, beroet, vol kroegen en sjofele herbergen. Het krioelt van mensen en dieren, motorrikshaws, door paarden getrokken karretjes, fietsers en alles maakt geluid om anderen te laten weten dat hij ook verkeersdeelnemer is.
De bus komt puffend tot stilstand. De glazen pui waarachter het hotel schuil gaat blijkt echter een oase. De kamers zijn lachwekkend haveloos maar o zo comfortabel en de bediening die snachts voor jouw veiligheid en comfort in de gang blijft slapen in een pluchen doorgezakte feauteuil, is om later met heimwee aan terug te denken.
Maar voordat je naar bed mag ben je zo weer een paar uur verder, want eerst moeten de kamers natuurlijk nog worden schoongemaakt. Maar ach 'this is India, sir', al dat gehaast is nergens goed voor!
elisa op 17 september 2000 om 16:28 uur