
In den beginne had ik één mailbox en één website bij één provider en het leven was lange tijd goed. Alles kwam binnen op één adres en was te overzien. Daarna ging de HCC naar Internet, wat mij een mailadres extra bezorgde dat ik trouwens vergat te gebruiken.
Toen kwamen de gratis verschaffers in ruil voor reclame. Deze wist ik nog te weerstaan tot Apple met zijn iDisk kwam. Eerst voor de US en pas later voor Europa. Omdat verboden het lekkerste smaakt wilde ik best zo'n US iDisk hebben. Dit lukte zo vlotjes met een vals adres dat ik er nog drie bijnam, tezamen dus 20 MB waarheen ik met drag & drop bestanden kon slepen.
Dat dit zo traag ging als de pieten en dat ftp-en niet lukte nam ik voor lief. De mailadressen gebruikte ik her en der als ik tegen mijn zin een mailadres moet achterlaten.
Ondertussen werd de tijd rijp om een domain te claimen. Persoonlijker dan alle mac.com's bij elkaar, ging ik dit adres erbij gebruiken om kaf van koren te scheiden. Maar ja, hoe voer je na enige jaren adreswijzigingen door? Er bestaan nog altijd mensen die hun mail niet lezen dus die bereik je niet. E-zines, reclames en nuttige lijsten voor het gemak naar het domein verhuisd. Totaal onlogisch maar je probeert het handig te houden.
Toen ik visitekaartjes liet drukken las ik over een vergissing heen. Te laat gezien dat ik van twee email-adressener de namen voor het apenstaartje had verwisseld. Ramp ramp! Kaartjes - zonde om weg te gooien - voorlopig in een lade. En zie, wie wat bewaart die heeft wat. Half jaar later worden mail-aliassen gangbaar. Kaartjes toch nog bruikbaar.
Met dit lange verhaal wilde ik eigenlijk zeggen dat met elk mail-adres extra de chaos groter wordt. Soms heb ik werkelijk heimwee naar superprimitief computergeknutsel.
elisa op 29 september 2000 om 17:44 uur