Opstekertje
Nooit vermoed hoeveel opstekertjes ik zou krijgen na het stoppen met roken. Zoals de afgelopen dagen bijvoorbeeld. Het gezucht, gesteun, geklaag, gejerimeer, de onzinnige argumenten, het zelfbedrog, zelfbeklag, de blafhoest, de piephoest, de schorhoest, de schraaphoest, alles hoorde ik schouderophalend en licht vrolijk aan omdat mij niets meer kan gebeuren.
Hij zet bij jou geen implantaten als je niet stopt met roken, zei mijn tandarts terwijl hij mij doorverwees naar zijn technisch knappe zoon. Het bot geneest niet goed bij rokers en blijft poreus. Mislukt de ingreep dan ben je ver van huis. Dit was een voorbeeldig argument dat mij volledig motiveerde. Dit was een argument dat direct verband hield met mij.
Ik stopte acht maanden. Tot het implantaat voorbeeldig was vastgegroeid. Toen dacht ik dat ik ver genoeg was om één sjekkie op te steken. Whammmm! De brand vloog er genadeloos in. Van één sjekkie werd het een pakje, een slof en een kist. Ik zwoer van schrik de sigaretten af en ging sigaren roken over mijn longen. Dat verslaafde pas goed. Stoppen leek voor eeuwig onmogelijk geworden. Tot dus het volgende implantaat er in moest.
Op 8 juli 2004, met één been al in de taxi naar Schiphol, propte ik een doos Zyban in mijn rugzak (ooit van de longarts gekregen maar nooit gebruikt), twee pakken nicotinepleisters en een flinke portie vastbeslotenheid. Ik had net gehoord dat Isabel verwekt was en nam me voor om bij een baby niet te roken. Onvergetelijke reis door Rusland gemaakt en inderdaad nooit een tabakje meer aangeraakt. Terwijl ik toch beroeps was en de sjekkies met één hand op mijn dijbeen kon rollen.