Als walvis in de Theems
Ik kom nog maar langzaam op aarde terug. 't Is dat ik Fiep vanmorgen op de eetplank bij de keuken zag zitten en de specht van de vetbollen zag happen. Weet je, Holland is ook een prachtig land. Er zouden alleen geen Hollanders moeten wonen. Als je tante Maria van Onderwijs weer hoort oreren en kennis neemt van het verbod om op straat niet-Nederlands te spreken (huh??), en daarbij weer eens bevestigd krijgt hoe corruptie ons rechtsbestel tot op het been verrot dan worrik meer dan kriegel van de brave rechtsen met hun opgeven vingertje, terwijl links zonder enige fantasie de oude refreinen van stal haalt in plaats van grondig te vernieuwen. Links is deja vu en rechts om onpasselijk van te worden.
Geneuzel in de marge van een verloederend land. Wij spartelen als walvis in de Theems.
Toen we van Londen in een KLM-bak terugvlogen naar Schiphol troffen we een plain aangeschoten luidruchtige mannen die uitgesproken ordinaire, uitdagende Hollandse stewardessen in de billen probeerden te knijpen. We keken onze ogen uit en schaamden ons. Het bleken geen sportelftallen of -supporters te zijn zoals we eerst dachten, maar managers (sort of... ) die een congres hadden bijgewoond. Laat ik meteen maar vertellen dat het uitgereikte broodje kaas (u weet niet wat u afslaat, mevrouw, het is Maaslander) niet te eten was. JW had het zijne maar half opgegeten, wat veel zegt. Ik kon zodoende proeven hoe weerzinwekkend slap en klef het was.