Delhi(1) - Koud

(Het IJslandse vestje van Noorse wol dat in India nogal bekijks trok - Voor alle duidelijkheid: het plaatje is reclame, dus het mens erin is niet het minst op mij gelijkend.)
Delhi was 's-nachts godvergeten koud. Delhi was zo koud als in geen 70 jaar meer was geweest. Tallozen die niets bezaten hadden er al het leven bij gelaten, lazen we later in de krant. Hoe zou het de mensen in Kashmir vergaan die zonder beschutting leven? Het meer in Srinagar waarin de houten woonboten liggen was ook al grotendeels bevroren en de ijsschotsen gaven overlast en schade.
Op internet had ik voor vertrek gezien dat de nachttemperaturen in Noord-India niet mis zouden zijn. Ik had een waanzinnig warme Kashmir trui en twee Kashmir omslagdoeken in mijn reistas gestopt, een tricot pyjmabroek van JW waarvan het elastiek al jaren was versleten, wollen kniekousen en een fleece deken. Ik was goed gewapend zolang mijn bagage in ik bij elkaar zouden zijn.
Delhi, waar de temperatuur 's-zomers met gemak de 40 graden overstijgt, heeft geen centraal verwarmde hotels. Tenminste niet in de middel class sleetse gebouwen waarin de sjofele toerist bivakkeert. Ik vernikkelde want bij aankomst om zes uur 's-morgens op de luchthaven Indira Ghandi bleek mijn koffer kwijt en niet te traceren.
Alles wat ik - behalve mijn fleece jek - aan warmte bezat was een ijslands wollen vestje zonder mouwen, een met alles vloekende katoenen geblokte sjaaltje van de Pasar Malam en een ragdun gesleten overjarig truitje met vele gaatjes door mot en ellebogen dat ik meteen in Delhi had zullen weggeven. Uiteindelijk heb ik tien dagen lang dag en nacht beschaamd doch dankbaar in het gatentruitje gewoond voordat het in Aurangabad door Miep aan de armen werd geschonken.