Driewerf hoera!
Op dag 10 van deze 31-daagse reis dook - driewerf hoera! - de vermiste bagage op. De tas zat nog stevig in zijn vlieghoes zodat niemand de zijvakken had kunnen openritsen. Ik weet niet waarmee ik het gelukkigst was. Met de bouillonblokjes, expresso en thee zodat we de waterkoker konden gebruiken; met mijn toilettas, de medicijnen, de dikke kleren of de drie dozen kleenex zodat ik eindelijk eens royaal m'n neus kon snuiten.

Maar we hadden natuurlijk geen gering probleem. De in Delhi aangeschafte kleren en de lichtblauwe deken waren op slag overtollig geworden, maar de in Khajuharo gekochte omslagdoek en het tamelijk zware stenen mannetje dat ons licht verwijtend gadesloeg moesten er in mijn koffer bij. We bestelden het eten per room service en besteedden de verdere avond aan het herinrichten van onze koffers.
Onder het mom van alles weegt gingen de dubbele porties douchezeep, shampoo, tandpasta, deodorant, anti-muggenmelk eerst op de helling. Plus (met weemoed) het ondertussen zeer kapotte mottentruitje en het teveel aan sleetste t-shirts die we thuis nooit meer zouden dragen. Van dit alles maakten we drie uitgebalanceerde porties om op een geschikte plek weg te geven.
De eerste arme die zich bij toeval meldde was Miep (van Miep&Co) die rillend klaagde dat zij de nachten nog steeds veel te koud vond. Ze durfde mijn dikke blauwe deken bijna niet te accepteren maar gebruikte hem met veel plezier tot en met Aurangabad. Zelf had ik genoeg aan een dunnere fleece onder de twee wollen doeken die ik nu bezat.