« Hier en Nu | Main | Khajuraho - Zaak van Gewicht »

Khajuraho(1)

pelgrims.jpg

De rit van Orchha naar Khajuraho duurde ongeveer zes uur. Henk vertelde dat in Delhi enige nachten terug het kouderecord was gebroken met 3 graden boven nul. Ook hier zie je overal kleine vuurtjes op straat waaromheen de mannen zich gehurkt zitten te warmen.

't Is geen wonder dat Indiase mannen tot op hoge leeftijd lenig blijven. Ze zijn gewend om alles gehurkt te doen. Plassen, poepen, wachten, zich warmen en ouwebeppen met elkaar. Zij hebben daar geen banken voor nodig.

's Morgens voor dag en dauw zie je groepjes mannen bijeen in een kring op het open veld gezellig al kletsend openlijk hun behoefte doen. In- of bij huis wordt niet gepoept want dat is onrein. Ze hebben allemaal een kannetje water bij zich om de bibs te poetsen. De straten mogen smerig zijn, de mensen zijn schoon op hun lijf.

Buffels en karbouwen blijken vrijwel allemaal een persoonlijke soigneur te hebben in de vorm van een vogel die gretig ongedierte uit de vacht pikt. De vogel hipt tijden met zijn rund mee en inspecteert om de zoveel tijd de vacht. Het rund kijkt er niet van op. Zelfs niet als zo'n vogel tussen zijn ogen staat te dansen.

Onderweg blijkt mijn iPod te zijn vastgelopen. Ik laat de moed even zakken want meer tegenslag (geen koffer, geen kabeltje om foto's naar notebook te tappen) kan ik bijna niet meer verdragen. Maar als het landschap even verder aandoenlijk landelijk wordt met kleine boerderijtjes, veel buffels, zeboes, kleine elegante koeien, - alles al dan niet met zojuist geboren kalveren of nog hoogstzwanger - concentreer ik mij maar weer op het grote genieten in plaats van de tegenslag.

De zon schijnt, de mist trekt op, er straalt warmte door mijn kapotte mottentruitje en de graanvelden liggen schilderachtig in de vroege, nog rose gekleurde ochtendmist. Zo prachtig dat licht!

Bij een spoorwegovergang die natuurlijk lang gesloten blijft trakteert Henk me langs de weg op een tsjai. Geen van de groepsgenoten durft zich eraan te wagen. Hoewel hij niet goed is doorgekookt blijven we gezond.

We komen tegen 2 uur in een vijfsterrenhotel waar we helemaal niet thuishoren. Onze rug- en plunjezakken steken shabby af tegen de rijen grote koffers en beautycases die gelijktijdig zijn aangekomen. We nemen minzaam de traditionele rode stippel op het voorhoofd en een glaasje mierzoete ranja in ontvangst. Daarna schrijden wij op onze vuile sportschoenen naar kamers als balzalen. Op de badkamer hangt een telefoon naast de pot, en een haarföhn bij de wasbak. We zullen hier twee nachten blijven.

Henk zegt: dat dit een douceurtje is omdat de rest van de hotels erg primitief zal zijn, maar wij hadden liever simpele kamers gehad in het hart van Khajuaro, op loopafstand van de tempels.