Van Delhi naar Orchha via Gwalior

De buitengevel van het machtige Man Mandirpaleis in Gwalior
Het hotel in Delhi is onverwarmd en ijzig. Er staan nog net geen ijsbloemen op de ruiten. Gelukkig kan ik mijn eigen fleece deken over de stugge vervilte loodzware paardendeken leggen die ons bed bedekt. Nauwelijks geslapen de afgelopen 48 uur of de wekker moet op kwart voor vijf voor de ijskoude airco-trein naar Gwalior. Het is een afstand van vijf uur door prachtig agrarisch landschap in een oogstrelend typisch Noord-Indiase licht. Het blijft lang mistig. Ik zit in die airco te klappertanden van slaap en kou, maar als de zon doorbreekt wordt het behaaglijk. Een graad of 26 overdag. In de krant lezen we dat in Delhi de daklozen sterven van kou.
Rond twaalven stappen we in onze eigen bus te Gwalior die ons komt afhalen van het station. We rijden naar een van de oudste en grootste forten van India. We waren hier tien jaar geleden al een keer toen het Man Mandirpaleis net een grote restaurantie had ondergaan. Het paleis is gebouwd rond 1500 en een van de mooiste voorbeelden van seculiere rajput architectuur. Het is versierd met prachtig beeldhouwwerk en heeft imposante, rijkversierde pilaren. Stenen maaswerk hangt als vitrage in de ramen. De buitengevel wordt gesierd door felblauwe, turkooise en gele tegels met eendjes, papagaaien, olifanten, krokodillen, bananenbomen, pauwen en dergelijke.
We rijden vervolgens naar de grootste tempel van het fort, de Teli Ka Madir uit de negende eeuw met het Zuid-Indiase aandoende ronde dak (Dravidian) die door de Engelsen geruime tijd is gebruikt als sodafabriek. De barbaren!. Ten noorden hiervan liggen de twee kleine tempels uit de elfde eeuw met prachtig beeldhouwwerk en de plastische namen Saas-Bahu hetgeen moeder en schoondochter betekent.
Omdat de president toevallig met hoge gasten Gwalior bezocht waren vele wegen afgesloten en deden we er uren over om de plaats uit te komen. Telkens reden we ons weer klem in wegversperringen. We kwamen dan ook in het stikkedonker in Orchha aan waar we in luxe bungalowtjes bleken te logeren. Surprise! Er stond een blower warm te blazen om de grootste nachtelijke kou te lijf te gaan. Er viel alleen niet bij te slapen omdat hij alle zuurstof opvrat en een takkeherrie maakte. Toch weer boffen dat ik mijn eigen dikke madonnablauwe bloemendeken bij me had!