« Frisjes ja | Main | Vertroebelde oortjes »

Maheshwar en avondrust in Mandu

De rit van Omkareshwar naar Mandu viel reuze mee. We waren gewaarschuwd dat de weg bijna onbegaanbaar was, maar er werd op diverse plekken gewerkt om hem beter te kijgen. Ten overvloede meld ik dat in de Indiase binnenlanden wegen altijd tweebaans zijn en uitpuilen van vrachtverkeer.

Oke, er waren wel stukken vol kuilen waar 10 km/u veel te snel was omdat ze achter in de bus met hun kop tegen het dak begonnen te stuiteren, maar de chauffeur deed zijn stinkende best om iedereen binnen te houden. Als ik mij goed herrinner was dit trouwens de dag van mijn lekkerste ontbijt.

Achter de uitgifte van een ongezellige stenen eethal stond een pan te pruttelen met niet te definieren spul. 't Is in elk geval goed doorgekookt, zei Henk. Proberen wat het is? Geen respons van de anderen, maar wij namen een kom. Het bleek een gloeiende grauwe griesmeelpap die gekookt leek in de pure boter, hier en daar een krentje bevatte en méér dan stijf stond van het zoet.

Halverwege deden we Maheshwar aan, ook al een schilderachtige bedevaartsplaats aan de Narmadarivier met een imposant fort uit eind achttiende eeuw en sierlijke tempels die overhangende balkonnen hadden en fijnbewerkte doorgangen. Maheswar staat trouwens in heel India bekend om zijn ragfijne katoenen en zijden sari's.

maheshwarghats.jpg

maheshwarhuis.jpg

We bekeken het fort, betraden de tempel, bezochten een weverij waar we niets hoefden te kopen, genoten van de zon op de trappen bij de ghats, dronken chai bij een vrouwtje van 90 jaar dat het open kookvuur nog met een blaasbalgje gaande hield en slenterden langs talloze lieflijke huisjes terug naar een eetplek waar een tali voor ons werd bereid. Een bedelende stier die met een plens water was weggejaagd liet zich daarna graag met een aaitje troosten.

stierenflirt.jpg

De bus weer in en tegen vieren in Mandu aangekomen, ooit de stad van plezier genoemd, die boven op een top in de bergen ligt. Binnen kronkelende verdedigingsmuren en omgeven door bosrijke, steile ravijnen liggen prachtige ruïnes van paleizen, moskeeën, en lustpriëlen die tussen 1400 en 1530 zijn gebouwd. Daarover morgen meer.

We logeerden in een resort. De blokken met bungalowtjes lagen over het terrein verspreid. Soms kun je mazzel hebben. Wij troffen een huisje met slaapkamer, badkamer, kastenkamer en ruime entree met een zitje en ijskast. De ijskast gebruikten we alleen maar als bar voor onze waterkoker. Voor ons terrasje stond een oude boom die schaduw gaf. We zetten een heerlijke soepkop vol thee, deden daar verse schijfjes gemberwortel bij, een snufje kardamom en het verse sap van een limoentje. Daarna genoten we van het magistrale uitzicht over een meer waar vele vogels fourageerden, en van de ondergaande zon.
Soms kan rust heerlijk zijn.

uitzichtmandu.jpg