« Toevalsklikken | Main | Pinda's in dop »

Nachttrein naar Mumbai

Een dag eerder de nachttrein naar Mumbai nemen dan was gepland, vond ik geen straf. Al was het nog reuze spannend met welk comfort we zouden reizen. De voorgaande drie reizen waren allemaal gereserveerd met airco. Niet dat dit zo'n genoegen was voor verkouden neuzen, maar een trein zonder reservering, met tralies in plaats van ruiten, die dus de hele nacht open blijven leek ons nauwelijks te overleven. Henk rende zich de schoenen van de voeten om deze treinreis recht te zetten.

Wat bleek: de gereserveerde treinkaarten van Gokarna naar Mumbai waren allemaal uitverkocht, maar treinkaarten vanaf eerdere stations waren er nog voldoende en kostten slechts een paar kwartjes meer. Henk kreeg het reserveren mooi voor elkaar, al zaten wij ver verspreid in de lange wagon. JW en ik konden met ons lage nummer beter vooraan de trein in, terwijl de rest van de groep handiger achteraan instapte.

De gangpaden in een Indiase trein zijn zelden opgeruimd. Wie instapt kan niet snel doorlopen met zijn bagage. Als er tien moeten opstappen ontstaat er een congestie van koffers en tassen. Gewoonlijk lost dit zich wel op, behalve wanneer de trein maar 1 minuut stopt, zoals toevallig in Gokarna. Zo kon gebeuren dat Miep, tot ontzetting van Henk en iedereen, op de rijdende trein moest springen wilde ze niet achterblijven op het station. Wij hoorden dit pas later.

Het was een trein waar veel te eten viel. Je kon er hele maaltijden bestellen wat de Indiers ook deden. Er was natuurlijk thee, koffie, chips, chocolade, nootjes en ander knoeiwerk. De trein werd zichtbaar weinig schoongemaakt. Wij troffen de dwarse bedden, twee boven elkaar evenwijdig aan de rails. Die hebben het voordeel dat je rechtop in bed kunt zitten. Ik nam de bovenkooi.

Toch sliep ik door het koude geblaas van de airco niet best, ook al had ik een sjaal om mijn hoofd geknoopt. Indiase vrouwen wikkelen zich van top tot teen in hun sari, dus niemand stond van mij te kijken. In de schemerig verlichte trein lag ik een tijd naar een gat in de wand te turen. Ik vroeg mij af wat daar vastgeschroefd had gezeten tot ik merkte dat het gat zich langzaam verplaatste. Krijg nou de hik! Dit kon maar één ding zijn met al dat geknoeide eten. In mijn slaaphol bevond zich een heel leger kleine kakkerlakken. Nou ben ik niet erg angstig aangelegd, maar lekker slapen deed ik niet.

Toen ik bij het eerste ochtendgloren ontwaakte waren de beestjes al druk in de weer. Hoe was dat liedje ook alweer? Twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind, twee aan mijn linkerzij, twee aan mijn rechterzij... Ik knipte ze met duim en wijsvinger uit mijn kooi. Het werd een sport want ik probeerde om ze andermans bed in te schieten wat aardig lukte. Ik was vermoeid maar had tenminste plezier.