Zo blau zo blau
Vanmiddag in de zon, hoog en parmantig benend langs de waterrand die nogal bevroren was, waardig stappend naar de plek waar een stenen bal vanaf de bodem lucht laat borrelen naar het oppervlak om een wak te houden, ging ik bijna van hem houden.
Gewoonlijk ziet hij grauw onder de lage lucht als hij kleumend staat te loeren, maar toen hij vanmiddag in zijn donzen jas - die hij zo prachtig rul had opgeschud - vitaal langs dat bevroren water paradeerde, zag ik hem blikkeren in de zon en voor het eerst ontroerde mij hoe schitterend staalblauw zijn veren waren.
Te scherpe ogen heeft hij, als je mij vraagt. Laat de camera nou toevallig niet onder handbereik liggen! Terwijl ik aan de keukentafel even de krant lees ziet hij mij loeren en neussnuiten in een wit klieneksje (we maken hier geen reclame). Hij neemt geen risico en gaat magistraal op de wiek, waarbij hij als een acrobaat, laag tussen de bomen scherend, verdwijnt.
Ins Blauwe hinein. Waarschijnlijk naar H die machtig veel gouden vissen heeft. Hij staat hier wel vaak, maar er valt weinig voor hem te bikken.