De afdeling waar ik mocht logeren was aardig. Ik bedoel dat er 3 aardige kamergenoten waren, maar de verpleging was tamelijk slordig. De elektronische bloeddrukmeters bleken door de warmte van slag en ik moest zelf om de thermometer vragen. Voor een keertje niet erg, behalve als je net uit de operatiekamer komt.
Je moet geen nacht in het ziekenhuis doorbrengen om eens lekker je roes uit te slapen. 't Is goed om er aan het infuus te liggen, maar daar houden de voordelen op. Om eerlijk te zijn had ik, toen ik dinsdag naar huis vertrok, hooguit 2 uur geslapen. De hele nacht klonk er herrie op de gang en om vijf uur in de morgen scheen de zon recht in mijn gezicht want niemand was 's-avonds zo zorgzaam geweest om de gordijnen te sluiten en ik kon mijn hoofd niet draaien.
Ik overleefde de nacht dankzij mijn iPod en werd tussen 8 en 9 op de poli verwacht om de tampons uit mijn neus te laten halen. Daarna mocht ik naar huis. Om kwart voor acht werd ik gesommeerd mij op te frissen maar ik lag nog altijd aan het infuus dat er eerst moest worden uitgehaald. Om half negen werd het verwijderd waarna ik opdracht kreeg haast te maken. Ik kreeg mijn ontslagbrief mee en de verpleging vond eigenlijk dat ik meteen ook mijn koffertje maar mee moest nemen. Dit vertikte ik, want waar zou JW - die mij kwam halen - mij dan moeten treffen? Nog afgezien dat de poli mijlen ver weg lag en ik mij zonder bepakking al slaapdronken genoeg van de narcose voelde.
Op de poli vroegen ze naar mijn map met gegevens. Had ik niet meegekregen. Mijn kamergenoot die op amandel-controle kwam evenmin. Oke, zonder map kwamen we ook wel aan de beurt. Na een minuut of 10 werd ik binnengeroepen bij wat ik een arts verwachtte maar die assistente bleek te zijn. Dat geloof ik achteraf tenminste. Had ik geen probleem mee, behalve dan dat ze de eerste tampon zo ruw uit mijn hoofd trok dat er een heftige bloeding ontstond. Ik had op internet gelezen dat een lichte bloeding normaal was, maar daarvoor had zij me ook niet gewaarschuwd, de takkenmiep. Daarbij had ik door slaapgebrek een verdraaide kort lontje.
Of ik duizelig was? Of ik wilde gaan liggen? Ze had net gewaarschuwd dat ik dat bloed niet in mijn mond mocht krijgen. Contradictio in terminis, want liggen met een bloedneus leek mij bepaald geen frisse houding. Ik bleef verbeten overeind. De tweede tampon werd iets minder ruw verwijderd en gaf dan meteen ook minder bloeding. Ze zei dat ik naar mijn afdeling terug moest gaan om op dokter W te wachten, die mij dan zou ontslaan. Ik wees op de envelop in mijn hand waarin mijn ontslagbrief al zat maar ze hield voet bij stuk dat dokter W mij moest schouwen voordat ik vertrok.
Toen ik boven kwam bleek mijn bed al verdwenen. Dokter W?, vroeg het verpleeghoofd van mijn afdeling? Hier? Wij weten van niets. Ik zal bellen dat u naar de poli komt. Ik werd pislink en zei dat ik geen gekke miepie was; dat ik net van de poli vandaan kwam en niet met de narcose nog in mijn bast duizelig heen en weer bleef draven. Toen kwam JW gelukkig en ik zei: kom, we gaan. Eerst thuis maar eens een paar uur slapen want ik was finaal gebroken.
(wordt vervolgd)