's-Morgens de legen keuken instappen. Oef! Onder de keukentafel naast de verwarming: leeg. In het hol onder mijn bureau waar ik nooit lekker mijn voeten kon zetten: leeg. Naast mijn bureau zodat ik nooit de laden kon opetrekken zonder hem opzij te duwen: leeg. Wolfsgrijze plukken kroeshaar in alle hoeken van het huis: weg. Grauwsluier op de tapijten: verdwenen.
De op vier plekken doorgeknaagde en weer aan elkaar geknoopte rode leiband van de kapstok gehaald en met zijn laatste halsband weggehangen. Zijn nette riem, met slechts één door de schoenmaker gerepareerde vernieling, opgeruimd. Sentiment want een volgende hond verdient een nieuwe outfit. En dat er een volgende komt is wel zeker.
Steeds beter wordt het gevoel dat ik een wolfsgrauwe keeshond terug wil. Hoewel ik de ridgebacks ben gaan waarderen vind ik ze minder knus. Ik wil een grijze kees ondanks die bewerkelijke, altijd pluizende vacht waarvan de wol in het voorjaar gewild is door alle vogels om hun nesten mee te bekleden. Die vacht die alles mee naar binnen sleept aan dennennaalden, takjes, blad of kleefkruid.
Wat de kees bijzonder maakt? De onverstoorbare vrolijkheid ook al zit het hem soms tegen. Hij is nooit lang boos of sjagrijnig. Hij heeft humor, een tomeloze energie en een nauwelijks te lessen nieuwsgierigheid. Hij is als geen ander verknocht aan huis en erf en spreidt een roerende vriendschap ten toon voor iedereen die door zijn baas van harte wordt binnengelaten.
W zei, en dit raakte mij enorm: "als ik binnenkwam duwde Beer zijn neus in mijn reet om aan te geven dat we dikke maatjes waren". Inderdaad, zijn hondse, zeer dominante intimiteit was mij eigenlijk zo vertrouwd, dat ik het niet eens meer als bijzonder merkte.
Vanmiddag zijn stamboom, hondenpas, oud entingsboekje en de gehoorzaamheidsdiplima's A en B in mijn doos met schatten weggeborgen bij de papieren van de tekkels en heilige birmanen die hem zijn voorgegaan. Ik bekeek alle hondjes die hier hebben gewoond en hoe oud ze wel niet zijn geworden.
Rode Masja met het vinnige bekkie (16), het kaninchen Bauke met de vele hernia's (14), de black-and-tan Purcy (15) met zijn wiebelende paardenkont en tot slot zijne Dominante Hoogheid Beer (15) die zich overal tegenaan bemoeide. Dat vormt verdorie tezamen zestig jaar hondenleven dat de moeite van het leven waard was omdat wij ervan genoten! Dan tel ik de oudere teckels en de katten nog niet eens mee!
Als dit geen antwoord is op de vraag waartoe wij op aarde zijn, weet ik het niet.