In een zeer grijs verleden was ik ooit al eens op een hondententoonstelling geweest. Ik werd er toen helemaal lacherig van hoe er aan de vachten werd gefrutseld, geplakt, gelakt, gepoederd en geplukt. Alsof daarin de schoonheid van het dier zou zitten. Alsof een keurmeester niet door de schijn heen kan kijken. Samen met de vacht zijn ook bouw, gebit, gezondheid en karakter doorslaggevend en die vallen niet met geparfumeerde poeder te verdoezelen.
Toen ik met Yoeko (we waren te vroeg) een half uurtje bij de ingang stond te wachten, heb ik genoten van het hondse puikje van de natie. Het mooiste fokmateriaal schreed, reed, huppelde, deinde en zwierde ons voorbij. Er waren rassen bij die ik nog niet cadeau zou willen hebben, maar dat het in zijn soort de mooiste kwaliteit is zie je meteen. Dat heeft veel met esthetiek te maken en weinig met snobisme.
We stonden daar samen te wachten, mijn hond en ik, en het viel op hoe modieus ineens de Rhodesian Ridgebacks zijn geworden. Ze blijken niet langer in handen van stoere kerels maar van tengere vrouwen die misschien ook hippisch actief zijn. Margarita effect? Er passeerde ons werkelijk vanalles, tot en met mini'tjes met knipjes in het haar en opgekrulde wimpers. Er passeerde ons alles tussen stoer en hoer, zal ik maar zeggen en het wachten was erg vermakelijk.
Maar één ding viel op. Hoe wèlopgevoed showhonden zijn. Terwijl groot en klein op vier benen elkaar nauw passeert, zelfs aangelijnd door elkaar heen krioelt, valt er geen onvertogen woord tussen de waffers en blaffers. Laten daar alle slenterstoere schamperaars met hun slagvaardige opvoedmethoden die al van verre roepen: Hij doet niks hoor of Dat doet hij anders nooit maar een flinke punt aan zuigen. Die showhonden hebben geleerd alleen op hun baas te letten en al het andere om hen heen te negeren. Hiervoor alleen al ben ik blij dat Yoeko de kans krijgt naar shows te gaan. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Yoeko keek bij het wachten alles wat passeerde kwispelend na, tot er een roedel blauwe kezen passeerde. Hij kende ze niet maar dook er helemaal in onder. Duidelijk dat hij herkende dat dit zijn eigen soort was. Duidelijk ook dat ook de vreemde kezen in hem een soortgenoot zagen. Warme begroetingen over en weer, dikke omhelzing.
Even later dook Barbara met Melle op. Geen twijfel dat de broertjes echte broertjes waren, ondanks hun verschillende expressie. Bijna geen twijfel dat ze elkaar na kort snuffelen herkenden en de verdere dag samen bleven ravotten.
Melle, stoere krachtpatser met strak opgerolde, hooggedragen krulstaart leek aanvankelijk de bink die Yoeko wel effe een luchtje zou laten ruiken en zijn kluifje gapte. Yoeko, met een nog slordig losse zwabberstaart, liet het twee minuten gaan alsof hij zich eerst rustig moest beraden, waarna hij behoorlijk fel van zich afbeet en zijn kluif terug haalde. Even groot, even zwaar, even vinnig en even lief deden ze geen stuiver voor elkaar onder.
