De derde in vier maanden
Geen wonder dat onze donkere grapjas vanmorgen niet kwam opdagen. Ik miste hem al, maar omdat eerkhoorns niet ons bezit zijn mogen ze best een dag overslaan. Maar de chocoladebruine, die vaak nog opgewonden kefte en enthousiast met zijn staart sloeg als hij de kist noten zag, zal nooit meer komen. Zijn leventje heeft zin gehad, want ik heb van hem genoten.
Toen ik vanmorgen overstak om met Yoeko naar het bos te lopen, zag ik zijn witte befje langs de weg liggen schitteren in de zon. Het was inderdaad het onbevangen jong dat hier vaak rondhupte en nog zoveel moest leren. Het ongeluk leek net gebeurd. Hij zag er nog roerend fris uit. Het zou mij niet hebben verbaasd als zijn lijfje nog lauw was geweest. Het had geen zin hem op te rapen want hij was verschrikkelijk dood.
Oke, ik weet. Tijden veranderen, verkeer wordt drukker en vooral de sluipers die hier niets te zoeken hebben rijden als gekken. Dit is de derde dode eekhoorn in vier maanden. Daar jongen ze niet tegenop. Nog geen honderd meter verderop ligt het vorige eekje nog te vergaan. Ze hebben geen spek om de ribben en vormen geen smakelijk voer. Het duurt weken voordat het pelsje tot stof is vergaan.