De duif in het glas

Toen ik met Yoeko door het hek kwam vond ik het al vreemd dat hij niet opvloog. Zo tam zijn houtduiven niet. Oke, hij schuifelde naar de uiterste hoek van het erf en de hond kon er makkelijk langs zonder hem lastig te vallen.
Maar toen we na een stijf kwartiertje terugkwamen was hij er nog steeds. Hij schrok zich te pletter van ons en voelde zich in de fuik. Hij vloog op en schampte het hek. Hij trok uit alle macht door en vloog met een knal tegen de ruit van de garagedeur.
Ik stond aan de grond genageld. Hij had enorm geluk dat de dunne ruit (anno 1917) meegaf en rinkelend uiteen spatte, anders had hij zijn nek gebroken. Flexibel in zijn vaart gestopt stuiterde hij achteruit de scherven weer uit om zwaar aangeslagen maar zo te zien ongedeerd op de grond te belanden. Hij schuifelde weg en zocht dekking onder de struiken. De hond was te beduusd om hem te volgen.
Geen verwondingen, geen fladderende veertjes. Wel de onmiskenbare afdruk van een duif in de ruit, mocht de verzekering al aarzelen over het ontstaan van de schade.