Vanmorgen vroeg hoorde ik op de radio al ophef over de foto in de Telegraaf en het commentaar door de voorzittende mevrouw van de journalistenbond of hoe het ook heten mag. De Telegraaf heeft zijn eigen afwegingen gemaakt, zei ze, namelijk die van het harde nieuws. De interviewer bleef bij zijn gevoel van onfatsoen.
Om kwart voor elf hoorde ik op BRN Nieuwsradio opnieuw deze dame en de verontwaardiging van weer een andere ondervrager. Nou heb ik persoonlijk bij de Telegraaf ook geen illusies. Bij mijn weten hebben ze zelden nobelere bedoelingen dan: 'Hoe krijg ik de massa naar onze kassa', maar welke krant eigenlijk niet?
Zonder de gewraakte voorpagina te hebben gezien raakte ik aangestoken door de verontwaardiging over onfatsoen, het verwonden van nabestaanden, het overschrijden van grenzen en wat al niet meer. Ik parkeerde de auto, stapte uit, liep naar mijn afspraak, was er tien minuten te vroeg en zag een Telegraaf liggen.
Toen ik de bewuste foto zag sprongen me de tanen in de ogen. Wat een ongelooflijk puur moment voor de nabestaanden die uit alle macht willen weten wat zich heeft voorgedaan. Wat een aangrijpende pagina voor iemand die tijdens zijn werk is omgekomen. Weg romantiek over filmploegen die oorlogen verslaan. Iemand die ons over oorlog wilde berichten is verdorie omgekomen.
Is de foto puur sensationeel of gaat hij in deze opmaak recht door ieders hart? Had hij in de krant gemogen, of niet? Ik ben niet meer zo zeker van mijn afkeer en verontwaardiging. Het prachtige portret van een levende Stan Storimans met zijn camera, de oorlogsvlammen en de ontzetting van Akkermans zet alles in de juiste context.
Ik wil deze pagina bewaren. Vandaar dat ik hem log.
