
Puffend en zwetend de beide walnootbomen in grotere kuipen geplant. Het zijn blijvende cadeautje van eekje Fiep met wie ik in 2003 heftig vocht om de oogst.
Ik liet haar de boom inklimmen en de noten losknagen. Dan kwam ik uit mijn schuilplek tevoorschijn en joeg haar weg. Ik verzamelde de noten die zij had laten vallen en nam ze mee naar de kist bij de keuken. Ik legde ze daar in een fruitkis te drogen.
Ik had mijn hielen nog niet gelicht of Fiep zat natuurlijk weer in de boom. Hààr boom wel te verstaan, want ze had al weken lopen inspecteren of de noten goed rijpten. Zodra ik de keuken was binnengegaan sloop ze trouwens naar mijn kist om zich ook nog eens aan mijn voorraad te vergrijpen. In ruil hiervoor was ze wel bereid om zich in alle standen te laten fotograferen.

Fiep en ik kenden elkaar. Ze kwam de hele winter bruine boterhammen eten met kaas of pindakaas. Onder een paar werkhandschoenen verstopte ik elke morgen twee walnoten voor haar opdat de vlaamse gaaien die niet zagen. Eentje at ze op, de tweede kwam ze halen om in te graven. Vergat ik noten neer te leggen of was een kaper haar voorgeweest, dan kwam ze hevig teleurgesteld tegen de ruit op staan om haar noten op te eisen.
Ze liet me in het voorjaar haar jongen zien. Haar werpnest zat notabene vlak naast het raam van mijn werkkamer. Ik had haar talloze keren de stam van een spar in zien klimmen, maar nooit gemerkt waar haar nest zich bevond. Ze haalde grapjes met me uit. Liep ik onder de dennenbomen dan kegelde ze dennenappels op mijn hoofd.
Ze was spaarzaam. Altijd groef ze alle noten in die ze te pakken kreeg. De twee die ze was vergeten op te halen en die in het voorjaar uitliepen heb ik in potten geplant. Ze zijn nu vier jaar oud maar we hebben de tijd. Een wolnoot moet minstens acht jaar zijn voordat hij vrucht gaat dragen. Mochten we onverhoopt verhuizen, dan nemen we de potten mee.