Dertigduizend oranjefans met oranje pruiken, oranje ontvlambare boa's, oranje hoeden, oranje kelen van het gezuip die liederlijk oranje schreeuwen in een brave stad als Bern waar ze geen kleurige woorden gewend zijn. Tenminste, zo komt Zwitserland nog altijd op mij over. Vooroordeel natuurlijk want sinds eind jaren vijfig ben ik er niet meer geweest.
Dertigduizend oranjefans voor wie oranje paprika's gekweekt zijn, oranje tompoezen en oranje limonades om stiekem witte rum of gin in te gieten. De oranjekoek die gewoonlijk rose is, wordt vanavond ook weer oranje weggebeten. Majesteit snackt ongetwijfeld oranje zalm op oranje worteltjes wat een uitstekende combi is tegen majesteitelijke cholestorol en nachtblindheid.
Goudvissen zijn ook oranje, evenals sleutelbloemen en oostindische kers maar dit doet er niet toe.
Voetbal is best leuk. Maar die cultus van geleuter waarmee het getrap voor, na en tijdens wordt vergezeld is buitenproportioneel. Het gewichtige gebabbel van krentenmakkers-onder-elkaar die het vanuit hun luie stoel beter weten is niet om aan te zien. Kletskoppen met gezwets en hete piepers in de keel die zich hoog verheven voelen en dik worden betaald voor hun vaak wonderlijke zinsbouw. Ze verwoorden alleen maar dunnetjes over wat u en ik met eigen ogen hebben gezien.
De ouwe Hans Kraay mag nog van mij. Die blijft Hans Kraay en geen lollige mix van Mart en Matthijs, azzu begrijpt wat ik bedoel.