
Zo zal ik ook altijd heimwee houden naar het Etna-fornuis op butaan dat, toen we vaste leidingen kregen, naar de grote schuur verhuisde. Op hoogtijdagen werd het uit z'n hoek geschoven. Van knoflook doordrongen vlees werd daar gegaard in de snijdende kou van eensteensmuren met verzakte ramen. Diep verscholen in jas, muts en wanten moest degeen die het lootje trok bedruipen.
Of die keer met pasen toen het fornuis naar het voorerf werd gezeuld om oliebollen te bakken van de zes pakken die (zonde om weg te gooien) nog van oudjaar over waren. We hadden net zeven afgedankte bedden en een klerenkast bezorgd gekregen. Die stonden nog lukraak in het gras verspreid omdat ieder zich meteen een ligplaats had gekozen in de zon. En terwijl B en R zingend achter de frituurpan stonden, de rest lag te soezen of lezen, rolden passerende boeren die hun ogen niet geloofden zowat van hun fiets.
O jee, wat een leven. Neem de levensgrote surprisepop van stro die volgeplakt met suikerhartjes door mijn zus werd meegebracht. We hesen het ding, glas in de hand, en schreeuwend van: een twee drie daar ga je hoog de vlaggenmast in. De volgende morgen stond een buurtbewoner op de stoep om te vragen of wel alles goed zat. Ze dachten dat iemand bij ons zich had verhangen.
elisa op 28 december 2002 om 18:21 uur