
Waar was u, toen zich de Zeeuwse watersramp voltrok? Mijn stormnacht was bijzonder.
Sinds eind januari dat jaar liep er een zieke reegeit rond die moest worden afgeschoten omdat men bang was dat ze haar kudde zou besmetten. Mijn vader stond morgen aan morgen rond vier uur op om haar te pakken te krijgen maar kwam tegen acht uur humeurig thuis omdat het alweer niet was gelukt. Wel had hij dan genoten van de ochtendschemer als het bos zingend tot leven kwam in afwachtig van de zon die de bomen zou kleuren. Dit wilde ik ook wel eens beleven!
Na veel gezeur over verkouden worden, te klein zijn, mijn mond niet kunnen houden en mijn slaap nodig hebben hees ik mij in de nacht van 1 februari dronken van slaap en geluk in volwassen oliegoed met opgerolde pijpen en mouwen. Bij het opstaan had ik mijn kop al uit het raam gestoken om te voelen wat voor een weer het was. Viel niet mee, maar ik was niet van suiker. Mijn vader stelde nog voor om lekker thuis te blijven, maar ik wierp hem voor de voeten dat hij kinderachtig was.
Een uur later zat ik klappertandend en tot op het hemd doorweekt met dichtgeknepen ogen op de hoogzit te bidden dat Bambi alsjeblieft niet zou verschijnen. De hoogzit kraakte in zijn voegen en zwiepte alle kanten uit. De regen gutste mijn nek in want het parapluutje dat mijn moeder had meegegeven was meteen geknakt. De warme thee uit de thermosfles woei de koppen uit nog voordat hij was ingeschonken. Mijn vader vroeg een paar keer of ik het nog leuk vond maar ik gebaarde dat hij zijn mond moest houden.
De vogels hielden zich stil en het wild hield zich schuil. Er viel niets te beleven. De enige muziek was de fluitende wind die aanzwol en kromp tussen de kreunende takken, met hier en daar de paukenslag van een vallende tak. Plus natuurlijk het niet aflatende geroffel van regen op oliegoed. De lucht bleef zwaar, vol jagende zwarte wolken en hield haar poorten voor de zon gesloten. Pas toen een groezelige dag was aangebroken klommen we het trapje van de hoogzit af. Ik trots, omdat ik het zonder piepen had volgehouden.
Thuis werd ik opgewacht door mijn moeder. Woedend omdat ik mijn raam niet had gesloten en het nu was weggewaaid. Bezorgd, omdat ze mijn deerniswekkende toestand zag. De rest van de dag lag ik als geknakt vogeltje snottend en proestend op de bank. Gekluisterd aan de radio waar flarden ongewis nieuws het land bereikten. Bambi werd tenslotte zeer dood aangetroffen zonder dat op haar geschoten was.
elisa op 30 januari 2003 om 11:31 uurNog niet geboren, maar wel aanwezig in de buik van mijn moeder. Ook een watersnood, maar geen ramp!
Wauw! Alsof ik een film zit te lezen :-))