

Op dinsdag 4 maart om 15 uur was het verzamelen in de bus voor een tocht naar Auroville, 11 km verder gelegen dan ons hotel. Wat had ik deze tocht graag gelopen in gezelschap van mijn camera. We passeerden diverse kampongs waar lemen hutjes gedekt met dikke lagen palmblad werden afgewisseld door gemetselde huisjes met pannen daken.
Overal zaten vrouwen op hun stoepjes, al dan niet met engeltjes van kinderen. Sierlijke kleine vrouwen in kleurige sari’s met dat waanzinnige dikglanzende haar dat alleen onder de zon zo prachtig kan groeien. Allemaal met slingers van jasmijnknopjes in hun vlechten of wrong die bedwelmend geuren.
Auroville was een belevenis. Vanaf de bussenparkeerplaats tot aan het heilige der heiligen stonden minstens 50 wachters die ons nors geboden achter elkaar te blijven lopen, te zwijgen, onze pas te versnellen of in te houden, te blijven wachten, rechts te houden, links te houden, onze waterflessen in te leveren, onze schoenen uit te trekken, de schoenen netter in het gelid te zetten en wat ze al niet meer konden bedenken.
Het werd mij te gortig en ik had moeten stoppen met me te laten drillen, maar ik wilde tegen elke prijs de gouden bol betreden die vorige keer niet voor toeristen toegankelijk was. Architectonisch een wonder met z'n evenveel gouden platen als er landen zijn, alleen te duur gebouwd waardoor er natuurlijk weer heibel kwam en het bouwen te lang duurde.
Hij is nog steeds niet af en we moesten via noodopgangen naar boven. Waanzinnig steile klim, zeker voor een roker, die in rap tempo moest worden afgelegd. Ik kwam griezelig buiten adem in de top. En zo gebeurde dat toen ik oog in oog met het heilige der heilige geraakte - de lichtende bol op de witmarmeren vloer tussen de witte pilaren - ik de strijd moest aanbinden tegen de oorverdovende, afgedwongen stilte.
Van ademnood dreigde ik door mijn hoeven te zakken. Temidden van ontstelde ogen om mij heen die de stilte bewaakten kwam mijn torax gierend in protest in een verstikkende hoest terwijl niemand mij iets kon verwijten. Terwijl ik nagenoeg stikte moest ik daar fijntjes om lachen. Freudiaans.
Zou het kunnen dat dit voorval al een vingerwijzing was naar een naderende longontsteking? In de bus was het - volgens een minithermometer - 48 graden en ieder gooide zijn ramen wagenwijd open. Ik zat nogal achter in de bus en ving de volle wind die binnenkwam. In plaats van mijn omslagdoek te pakken die ik sinds mijn longontsteking in Rajastan altijd bij me heb, zat ik met mijn stomme hoofd domweg kou te pakken. De ezel en tweemaal de steen.
Sinds deze dag rook ik trouwens niet meer, maar dit terzijde.
De prachtige foto is afkomstig van Auroville: Dome
Soms mis ik het roken. Vooral wanneer ik concessies moet doen of iets ondernemen waarin ik geen zin heb of moet wachten en me verveel. Uitstel van executie dus en opvullen van gaten. Maar er zijn al vele uren dat ik niet eens meer aan roken denk.
Keerzijde is dat ik weer zonder irritaties kan doorademen tot mijn tenen, hetgeen reuze handig is nu ik van longontsteking moet genezen. Ook dat ik profijt heb van het 8-maanden gestopt zijn vorig jaar en nu geen nicotinepleisters meer nodig heb.
Mis je het roken? Ben zelf vier jaar geleden 'gestopt'. Dat hield in dat ik alleen af en toe enige rookwaar tot mij nam. Drie weken geleden heb ik besloten helemaal niet meer te roken en beleef dat als een bevrijding. In de afgelopen vier jaar was het: 'zal ik er eentje meeroken? Nee, ach nouja laten we het maar doen.' Die solo-dialoog is nu afgelopen en dat is verrukkelijk. In een keer stoppen lijkt me echter heel andere koek. Succes en sterkte daarmee!