

Tanjore: Na een slechte nacht vol hoest eerst uitgeslapen en de excursie naar de Brihadishwara tempel met de groep laten lopen. Rond 4 uur zelf een taxi genomen en in een late zon bij aangenaam temperatuurtje rondgedrenteld tussen de vele gebouwen van het complex. Daarna ook nog naar het museum waar prachtige bronzen en granieten beelden staan vanaf de 9de eeuw.
In 1997 hadden we de tempel ook bezocht. Wat ik me daarvan herinnerde was het intense blauw van het dak boven Shiva's gigantische stier die uit 1 blok graniet was gehouwen. Dat rond de tempel een ellenlang verhaal viel te lezen, in fijne letters uit het zandsteen gehouwen, was ik echter vergeten.
Wel dacht ik onwillekeurig terug aan de 38 mensen die twee maanden na ons eerste bezoek tijdens de feestelijkheden van een festival in vlammen waren omgekomen. That's India, m'dam!
Maar ‘savond weer hogere koorts, dus dokter laten roepen die penecilline voorschreef, koortsremmers en hoestonderdrukkers. 't Was kennelijk een kamelenmiddel want slokken thee of water vlogen onverwijld uit al mijn openingen. Nu werd ik pas echt ziek en er zat niets anders op dan dat de groep de volgende morgen zonder ons naar Trichy (de verkorte naam voor Tiruchirappalli) vertrok.
Wij reden de bus pas rond vier uur per taxi achterna, maar lieten hem wel bij de Srirangam stoppen, de grootste en meest bonte tempel van heel het zuiden. Bruisend van leven omdat de omgangen vol winkeltjes zijn en een stad op zichzelf vormen. Binnen het labyrint van de zeven tempelmuren leven en werken twintigduizend mensen, de horden pelgrims die dagelijks toestromen niet eens meegerekend.
