
Wat een schitterende titel voor een intervieuw met Reinbert de Leeuw afgelopen winter in het NRC. Gisteravond sloot hij met ditzelfde Liszt's Via Crucis zijn concertserie in het Vredenburg af. Hij kwam gedurende het seizoen voornamelijk als dirigent op de planken maar gisteren zat hij er eenzaam en alleen als solist en zijn schriele gestalte vulde onverbiddellijk het gehele podium.
Door ziekte heb ik dit seizoen vaak moeten missen. Goed de pest in want de Leeuw geeft geen muziek maar is het in elke vezel van zijn vlees. Zoals hij daar ook gisteravond zat, zonder bladmuziek op het klepje en zonder hulp om de blaadjes om te slaan. Elke noot die hij speelde lag in zijn hart verankerd. Alles concentreerde zich op de sobere klanken waarin hij een meester is.
Een largo van Chopin en In de mist van Janácek eerst en daarna in tien delen de sonate 5 van Oestvolskaja. Soberheid en verstilling, abrupt afgewisseld met vurige uitbarstingen die je door de ziel gaan. Ik moest aan mijn winterkoning denken want altijd weer ben ik verbaasd dat er uit zo'n klein (in het geval van De Leeuw: tenger) lijf zoveel kracht kan komen.
elisa op 29 mei 2003 om 09:53 uur