
Na wandeling door Gimborn arboretum gistermiddag, met naaldbomen die tot aan de hemel reiken en stroompjes vol vrolijk gekwaak, de rest van de middag genoten van onze eigen ene kikker die absoluut zeker in de voortuin domicilie had gekozen onder de vochtige heide.
Hoe ik vannacht ook op zijn roepen lag te wachten, het bleef stil en ook vanmorgen bij het ochtendgloren, hangend uit het raam om de vogels te volgen bij de verduisterde zonsopgang, hoorde ik hem niet. Vertrokken of gesneuveld, na de twee dagen dat ik zo bewust van hem had genoten.
Toen ik puur toevallig (wat is toeval?) enige stekken krabbenscheer van de vijver achter overbracht naar de wat vuile poel in de voortuin zag ik hem levenloos drijven met de armpjes hulpeloos omhoog gestoken. Verdomme, hoe zinloos dat hij niet is gedood om gegeten te worden. Waarschijnlijk kattenwerk.
Die van ons was ook al dood.... snik!